Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen keurt het verslag van de vergadering van 7 september 2026 zonder opmerkingen goed. Kathleen Krekels onthoudt zich.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen verleent goedkeuring aan de betaalloten voor een totaal bedrag van 40.824,08 euro.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist toe te treden tot raamovereenkomst van Creat voor de levering van les-, spel- en knutselmateriaal door leverancier Marsival-Duboccage.
Artikel 2. Het lokaal bestuur kan, vanaf datum van toetreding en gedurende de resterende looptijd van de raamovereenkomst, afnames plaatsen binnen deze raamovereenkomst, en dit tot en met 31 januari 2029.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist principieel akkoord te gaan met het aangaan van een herstelschikking voor de Vogelenzang.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist akkoord te gaan met de voorgestelde aanpak en maatregelen zoals opgenomen in het actieplan naar aanleiding van de participatieavond voor de Moerstraat en wijk Zonnebos.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist om de vraag tot het verlagen van de snelheid naar 50 km/uur ter hoogte van de oversteekplaats aan de Carrefour voor te leggen aan het Agentschap Wegen en Verkeer tijdens het eerstvolgende periodiek overleg.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen vraagt aan het Agentschap Wegen en Verkeer om te onderzoeken welke maatregelen mogelijk zijn om de verkeersveiligheid van de oversteekplaats ter hoogte van de Carrefour te verhogen.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen gaat niet in op de vraag tot de invoering van snelheidsremmende maatregelen in de Blijde Inkomst.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen beslist om de locaties en de tijdstippen van de grootste snelheidsovertredingen over te maken aan de politie zodat gerichte controles kunnen worden uitgevoerd.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen gaat niet in op de vraag tot de invoering van snelheidsremmende maatregelen in de Goudbloemlaan.
Artikel 1. Goedkeuring wordt verleend aan de aanvraag van Fluvius met kenmerk GW ID: 20482504.
Artikel 2. Deze goedkeuring wordt gegeven onder volgende voorwaarden:
aanvraag coördinatie via GIPOD;
● rekening houden met de verordeningen over de voetpaden en de verkeersveiligheid voor bovengrondse constructies, kasten;
● rekening houden met de bestaande leidingen en kasten;
● bermen, opritten en voetpaden terug in perfecte staat brengen;
● werken uitvoeren conform de code voor infrastructuurwerken;
● de gemeente verwittigen de dag voor de aanvang van de werken. De werken dienen te worden opgeleverd binnen de 10 werkdagen na de beëindiging ervan. Zolang deze afspraak niet nageleefd wordt blijft de vergunninghouder verantwoordelijk voor de werkzone;
● de verplichte onderboringen van het wegdek uitvoeren onder verantwoordelijkheid van de maatschappij;
● de nutsmaatschappij bij aanvang van de werken verantwoordelijke controleur vermeldt het telefoonnummer waarop deze bereikbaar is;
● indien van toepassing, de leidingen minstens 50 cm onder het bodempeil van de baangracht of waterloop leggen;
● noch het gemeentebestuur, noch de aannemer kunnen verantwoordelijk gesteld worden voor leidingen die niet op de voorgeschreven plaats en diepte gelegd werden.
Artikel 1. Goedkeuring wordt verleend aan de aanvraag van Pidpa met kenmerk D-28-817.
Artikel 2. Deze goedkeuring wordt gegeven onder de volgende voorwaarden:
● aanvraag coördinatie via GIPOD;
● rekening houden met de verordening over de voetpaden en de verkeersveiligheid voor bovengrondse constructies, kasten;
● rekening houden met de bestaande leidingen en bomen;
● bermen, opritten en voetpaden terug in perfecte staat brengen;
● werken uitvoeren conform de code voor infrastructuurwerken;
● de gemeente verwittigen de dag voor de aanvang van de werken. De werken dienen te worden opgeleverd binnen de 10 werkdagen na beëindiging ervan. Zolang deze afspraak niet nageleefd wordt blijft de vergunninghouder verantwoordelijk voor de werkzone;
● de verplichte onderboringen van het wegdek uitvoeren onder verantwoordelijkheid van de maatschappij;
● de nutsmaatschappij bij aanvang van de werken de verantwoordelijke controleur vermeldt met het telefoonnummer waarop deze bereikbaar is;
● indien van toepassing, de leidingen minstens 50cm onder het bodempeil van de baangracht of waterloop leggen;
● noch het gemeentebestuur, noch de aannemer kunnen verantwoordelijk gesteld worden voor leidingen die niet op de voorgeschreven plaats en diepte gelegd werden.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de notariële akte voor de kosteloze grondafstand.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen maakt het dossier over aan de gemeenteraad om de notariële akte goed te keuren.
Artikel 1. Goedkeuring wordt verleend aan vorderingsstaat 1 van Vanhout.pro, Everdongenlaan 6 te 2300 Turnhout voor de opdracht “Verbouwen gemeentehuis - verbouwing - renovatie - Perceel 1 (architectuur en technieken)” voor een bedrag van 118.713,17 euro excl. btw of 143.642,94 euro incl. 21% btw.
Artikel 2. De betaling zal gebeuren met het krediet ingeschreven in het investeringsbudget van 2024, op budgetcode 2210000007/01/0110 (actie/raming AC000053/MJP001317).
Artikel 3. De factuur en de vorderingsstaat worden voor betaling overgemaakt aan de financiële dienst.
Artikel 1. Goedkeuring wordt verleend aan de aanvraag van Pidpa met kenmerk D-28-968.
Artikel 2. Deze goedkeuring wordt gegeven onder de volgende voorwaarden:
● aanvraag coördinatie via GIPOD;
● rekening houden met de verordening over de voetpaden en de verkeersveiligheid voor bovengrondse constructies, kasten;
● rekening houden met de bestaande leidingen en bomen;
● bermen, opritten en voetpaden terug in perfecte staat brengen;
● werken uitvoeren conform de code voor infrastructuurwerken;
● de gemeente verwittigen de dag voor de aanvang van de werken. De werken dienen te worden opgeleverd binnen de 10 werkdagen na beëindiging ervan. Zolang deze afspraak niet nageleefd wordt blijft de vergunninghouder verantwoordelijk voor de werkzone;
● de verplichte onderboringen van het wegdek uitvoeren onder verantwoordelijkheid van de maatschappij;
● de nutsmaatschappij bij aanvang van de werken de verantwoordelijke controleur vermeldt met het telefoonnummer waarop deze bereikbaar is;
● indien van toepassing, de leidingen minstens 50cm onder het bodempeil van de baangracht of waterloop leggen;
● noch het gemeentebestuur, noch de aannemer kunnen verantwoordelijk gesteld worden voor leidingen die niet op de voorgeschreven plaats en diepte gelegd werden.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026212) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke stedenbouwkundig ambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen verleent positief stedenbouwkundig attest aan Meekers voor bouwen van een vrijstaande woning met bijgebouw in Tulpenlaan zn, afdeling 3 sectie C nummers 312B onder volgende voorwaarden:
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de ingediende aanvraag voor het verbouwen van een weekendverblijf aan de Kotsbosweg 51 (OMG 2026/294).
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen beslist het dossier over te maken aan de gemeenteraad om een beslissing te nemen over de zaak van de wegen.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de aanvraag tot omgevingsvergunning namens Immoco BV en de adviesvraag namens de Deputatie van de provincie Antwerpen van 30 juli 2026.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen is nog steeds van oordeel dat de voorliggende aanvraag niet voor rechtsgeldig voor vergunning in aanmerking komt. De aanvraag wijkt op niet-beperkte wijze af van artikel 15, B, c) en art. 15, B, d) van het BPA “Dorpskom Zuid Deel I”. Een toepassing van artikel 4.4.1, §1 VCRO is derhalve uitgesloten. Ook de door vergunningsaanvrager voorgestelde toepassing van artikel 4.4.9/1 VCRO is niet mogelijk. Het verzoek tot toepassing van art. 4.4.9/1 VCRO werd niet geuit in eerste aanleg en werd derhalve niet zélf aan een openbaar onderzoek onderworpen. Daarnaast staat het vast dat het project niet verenigbaar is met de goede ruimtelijke ordening (artikel 4.3.1 VCRO), nu de aangevraagde bouwdichtheid haast vier keer zo hoog ligt als de huidige, gemiddelde bouwdichtheid binnen het voor de aanvraag relevante bouwblok.
Artikel 3. Het college van burgemeester en schepenen beslist om een ongunstig advies over te maken aan de deputatie.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026336) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026187) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
● het gebouw dient enkel als eengezinswoning te worden aangewend;
● het niet-bebouwbare gedeelte moet aangelegd worden met hoogstammig groen (het bestaande moet bewaard worden). Het groen moet aangebracht worden langs alle zijden van het perceel, min de nodige toegangen. Slechts 10% van de perceelsoppervlakte mag ingenomen worden voor het aanleggen van grasperken, speelruimten, tennisvelden en dergelijke;
● de vestiging van een maatschappelijke zetel of de uitoefening van een vrij beroep is toegelaten, voor zover dit geen afbreuk doet aan het residentiële karakter van het gebouw. Detailhandel, ambachtelijke activiteiten en nijverheid zijn niet toegestaan;
● het hemelwater dient te worden opgevangen in (een) regenwaterput(ten) met een totale inhoud van minimum 20.000 liter. Het regenwater moet hergebruikt worden met minimum 1 aftappunt. De overloop van de put moet worden aangesloten aan een infiltratievoorziening met een buffervolume van minimum 4.481,07 liter en een infiltratieoppervlakte van 10,8632m² zodat aan de verordening voldaan wordt;
● het zwembadwater mag niet ongezuiverd geloosd worden in riool, grachten, oppervlaktewaters, grondwater. Onder alle omstandigheden de geldende wettelijke lozingsnormen respecteren;
● het advies van de gemeentelijke themaconsulent natuur en groen naleven;
● het advies van Pidpa-Riolering naleven.
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026198) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de "percelenlijst Schilde" en van de kaart "Overzicht deelnemende percelen".
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord om de voorgestelde beboste percelen in eigendom van de gemeente Schilde mee op te nemen in het natuurbeheerplan Halse hoek.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026346) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
● Op basis van vaststelling via luchtfoto‘s voldoet voorliggend perceel op vlak van de boomlaag onvoldoende aan de omschrijving van bosvlak en of bouwvlak van het Rup Woonparken. Om die reden is het herstel van het bosvlak en of bouwvlak nodig door een vervangende heraanplanting uit te voeren. In het bosvlak en of bouwvlak met minstens 3 inlandse hoogstammige loofbomen van eerste grootte plantmaat 10/12 en 3 inlandse hoogstammige loofboom of klimaatboom van tweede grootte plantmaat 8/10;
● de heraanplanting met bomen van eerste grootte moet bij voorkeur met een onderlinge plantafstand van minstens 8m. De heraanplanting mag niet uitgevoerd worden onder de kruinen van bestaande bomen. Voor de bomen van tweede grootte bij voorkeur een onderlinge plantafstand van 5m hanteren;
● de heraanplantingen moeten op minstens 2m plantafstand van de perceelsgrenzen uitgevoerd worden en moeten regelmatig verspreid worden over het gehele perceel;
● de aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt onder meer in: een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwaliteitsvol plantgoed, het gebruik van een steunpaal of wortelkluitverankering en indien nodig het aanbrengen van bescherming tegen wild- of veevraat. De nazorg, zoals het tijdig water geven, kan noodzakelijk zijn om de heraanplant de eerste groeiseizoenen te laten overleven;
● bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld of ingeboet. In ieder geval is de aanvrager ertoe gehouden om op zijn perceel de nieuwe heraangeplante bomen tot volle wasdom te brengen. Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart – 1 juli, namelijk het broedseizoen van vogels, moet de aanvrager er zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten (artikel 14 van het soortenbesluit) beschadigd, weggenomen of vernield worden;
● een waarborgfactuur te betalen van 900 euro ter garantie uitvoering heraanplantingswerken zoals eerder omschreven en voor het behoud in een goede gezondheid van alle te behouden bomen, behoud of herstel van de boomlaag conform omschrijving bosvlak en bouwvlak van het RUP Woonparken.
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen geeft toestemming tot terugbetaling van de waarborgfactuur van de omgevingsvergunning VB2025/392 voor het volledige bedrag van 300 euro aan Van de Ryck Baron Delbekelaan 46, Schilde.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026333) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
● op basis van vaststelling via luchtfoto‘s voldoet voorliggend perceel op vlak van de boomlaag aan de omschrijving van bosvlak en of bouwvlak van het Rup Woonparken. Om die reden is vervangende heraanplanting met minstens 1 inlandse hoogstammige loofboom van eerste grootte plantmaat 10/12 en 2 inlandse hoogstammige loofbomen of klimaatbomen van tweede grootte plantmaat 8/10;
● de heraanplanting met bomen van eerste grootte moet bij voorkeur met een onderlinge plantafstand van minstens 8m. De heraanplanting mag niet uitgevoerd worden onder de kruinen van bestaande bomen. Voor de bomen van tweede grootte bij voorkeur een onderlinge plantafstand van 5m hanteren;
● de heraanplantingen moeten op minstens 2m plantafstand van de perceelsgrenzen uitgevoerd worden en moeten regelmatig verspreid worden over het gehele perceel;
● de aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt onder meer in: een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwaliteitsvol plantgoed, het gebruik van een steunpaal of wortelkluitverankering en indien nodig het aanbrengen van bescherming tegen wild- of veevraat. De nazorg, zoals het tijdig water geven, kan noodzakelijk zijn om de heraanplant de eerste groeiseizoenen te laten overleven;
● bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld of ingeboet. In ieder geval is de aanvrager ertoe gehouden om op zijn perceel de nieuwe heraangeplante bomen tot volle wasdom te brengen. Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart – 1 juli, namelijk het broedseizoen van vogels, moet de aanvrager er zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten (artikel 14 van het soortenbesluit) beschadigd, weggenomen of vernield worden;
● een waarborgfactuur te betalen van 450 euro ter garantie uitvoering heraanplantingswerken zoals eerder omschreven en voor het behoud in een goede gezondheid van alle te behouden bomen, behoud of herstel van de boomlaag conform omschrijving bosvlak en bouwvlak van het RUP Woonparken.
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026349) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
● Op basis van vaststelling via luchtfoto‘s voldoet voorliggend perceel op vlak van de boomlaag niet aan de omschrijving van bosvlak en of bouwvlak van het RUP Woonparken. Om die reden is het bosvlak en of bouwvlak te ontwikkelen door een vervangende en een aanvullende heraanplanting uit te voeren met minstens 7 inlandse hoogstammige loofbomen van eerste grootte plantmaat 10/12en 7 inlandse hoogstammige loofbomen of klimaatbomen van tweede grootte plantmaat 8/10;
● de heraanplanting met bomen van eerste grootte moet bij voorkeur met een onderlinge plantafstand van minstens 8m. De heraanplanting mag niet uitgevoerd worden onder de kruinen van bestaande bomen. Voor de bomen van tweede grootte bij voorkeur een onderlinge plantafstand van 5m hanteren;
● de heraanplantingen moeten op minstens 2m plantafstand van de perceelsgrenzen uitgevoerd worden en moeten regelmatig verspreid worden over het gehele perceel;
● de aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt onder meer in: een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwaliteitsvol plantgoed, het gebruik van een steunpaal of wortelkluitverankering en indien nodig het aanbrengen van bescherming tegen wild- of veevraat. De nazorg, zoals het tijdig water geven, kan noodzakelijk zijn om de heraanplant de eerste groeiseizoenen te laten overleven;
● bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld of ingeboet. In ieder geval is de aanvrager ertoe gehouden om op zijn perceel de nieuwe heraangeplante bomen tot volle wasdom te brengen. Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart – 1 juli, namelijk het broedseizoen van vogels, moet de aanvrager er zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten (artikel 14 van het soortenbesluit) beschadigd, weggenomen of vernield worden;
● een waarborgfactuur te betalen van 2100 (14x150euro) ter garantie uitvoering heraanplantingswerken zoals eerder omschreven en voor het behoud in een goede gezondheid van alle te behouden bomen, behoud of herstel van de boomlaag conform omschrijving bosvlak en bouwvlak van het RUP Woonparken.
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026350) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
● Op basis van vaststelling via luchtfoto ‘s voldoet voorliggend perceel op vlak van de boomlaag onvoldoende aan de omschrijving van bosvlak en of bouwvlak van het Rup Woonparken. Om die reden is een vervangende heraanplanting uit te voeren met minstens 3 inlandse hoogstammige loofbomen van eerste grootte plantmaat 10/12 en 2 inlandse hoogstammige loofbomen of klimaatbomen van tweede grootte plantmaat 8/10;
● de heraanplanting met bomen van eerste grootte moet bij voorkeur met een onderlinge plantafstand van minstens 8m. De heraanplanting mag niet uitgevoerd worden onder de kruinen van bestaande bomen. Voor de bomen van tweede grootte bij voorkeur een onderlinge plantafstand van 5m hanteren;
● de heraanplantingen moeten op minstens 2m plantafstand van de perceelsgrenzen uitgevoerd worden en moeten regelmatig verspreid worden over het gehele perceel;
● de aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt onder meer in: een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwaliteitsvol plantgoed, het gebruik van een steunpaal of wortelkluitverankering en indien nodig het aanbrengen van bescherming tegen wild- of veevraat. De nazorg, zoals het tijdig water geven, kan noodzakelijk zijn om de heraanplant de eerste groeiseizoenen te laten overleven;
● bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld of ingeboet. In ieder geval is de aanvrager ertoe gehouden om op zijn perceel de nieuwe heraangeplante bomen tot volle wasdom te brengen. Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart – 1 juli, namelijk het broedseizoen van vogels, moet de aanvrager er zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten (artikel 14 van het soortenbesluit) beschadigd, weggenomen of vernield worden;
● een waarborgfactuur te betalen van 750 euro ter garantie uitvoering heraanplantingswerken zoals eerder omschreven en voor het behoud in een goede gezondheid van alle te behouden bomen, behoud of herstel van de boomlaag conform omschrijving bosvlak en bouwvlak van het RUP Woonparken.
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026348) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
● Op basis van vaststelling via luchtfoto‘s voldoet voorliggend perceel op vlak van de boomlaag voldoende aan de omschrijving van bosvlak en of bouwvlak van het Rup Woonparken. Om die reden is gedeeltelijk herstel van het bosvlak en of bouwvlak nodig door een vervangende heraanplanting uit te voeren met minstens 1 inlandse hoogstammige loofboom van eerste grootte plantmaat 10/12 en 1 inlandse hoogstammige loofboom of klimaatboom van tweede grootte plantmaat 8/10;
● de heraanplanting met bomen van eerste grootte moet bij voorkeur met een onderlinge plantafstand van minstens 8m. De heraanplanting mag niet uitgevoerd worden onder de kruinen van bestaande bomen. Voor de bomen van tweede grootte bij voorkeur een onderlinge plantafstand van 5m hanteren;
● de heraanplantingen moeten op minstens 2m plantafstand van de perceelsgrenzen uitgevoerd worden en moeten regelmatig verspreid worden over het gehele perceel;
● de aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt onder meer in: een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwaliteitsvol plantgoed, het gebruik van een steunpaal of wortelkluitverankering en indien nodig het aanbrengen van bescherming tegen wild- of veevraat. De nazorg, zoals het tijdig water geven, kan noodzakelijk zijn om de heraanplant de eerste groeiseizoenen te laten overleven;
● bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld of ingeboet. In ieder geval is de aanvrager ertoe gehouden om op zijn perceel de nieuwe heraangeplante bomen tot volle wasdom te brengen. Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart – 1 juli, namelijk het broedseizoen van vogels, moet de aanvrager er zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten (artikel 14 van het soortenbesluit) beschadigd, weggenomen of vernield worden.
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026361) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026356) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
● Op basis van vaststelling via luchtfoto‘s voldoet voorliggend perceel op vlak van de boomlaag niet aan de omschrijving van bosvlak en of bouwvlak van het RUP Woonparken. Om die reden is het herstel van het bosvlak en of bouwvlak nodig door een vervangende en aanvullende heraanplanting uit te voeren met minstens 1 inlandse hoogstammige loofboom van eerste grootte plantmaat 10/12 en 1 inlandse hoogstammige loofboom of klimaatboom van tweede grootte plantmaat 8/10;
● de heraanplanting met bomen van eerste grootte moet bij voorkeur met een onderlinge plantafstand van minstens 8m. De heraanplanting mag niet uitgevoerd worden onder de kruinen van bestaande bomen. Voor de bomen van tweede grootte bij voorkeur een onderlinge plantafstand van 5m hanteren;
● de heraanplantingen moeten op minstens 2m plantafstand van de perceelsgrenzen uitgevoerd worden en moeten regelmatig verspreid worden over het gehele perceel;
● de aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt onder meer in: een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwaliteitsvol plantgoed, het gebruik van een steunpaal of wortelkluitverankering en indien nodig het aanbrengen van bescherming tegen wild- of veevraat. De nazorg, zoals het tijdig water geven, kan noodzakelijk zijn om de heraanplant de eerste groeiseizoenen te laten overleven;
● bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld of ingeboet. In ieder geval is de aanvrager ertoe gehouden om op zijn perceel de nieuwe heraangeplante bomen tot volle wasdom te brengen. Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart – 1 juli, namelijk het broedseizoen van vogels, moet de aanvrager er zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten (artikel 14 van het soortenbesluit) beschadigd, weggenomen of vernield worden;
● een waarborgfactuur te betalen van 300 euro ter garantie uitvoering heraanplantingswerken zoals eerder omschreven en voor het behoud in een goede gezondheid van alle te behouden bomen, behoud of herstel van de boomlaag conform omschrijving bosvlak en bouwvlak van het RUP Woonparken.
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026364) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
● de groene gemeentelijke uitstraling herstellen of versterken door het uitvoeren van een heraanplanting met minstens 1 zomer- of wintereik plantmaat 10/12 en 1 inlandse hoogstammige loofboom of klimaatboom van tweede grootte, plantmaat 8/10;
● de heraanplanting met bomen van eerste grootte moet bij voorkeur met een onderlinge plantafstand van minstens 8m. De heraanplanting mag niet uitgevoerd worden onder de kruinen van bestaande bomen. Voor de bomen van tweede grootte bij voorkeur een onderlinge plantafstand van 5m hanteren;
● de heraanplantingen moeten op minstens 2m plantafstand van de perceelsgrenzen uitgevoerd worden en moeten regelmatig verspreid worden over het gehele perceel;
● de aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt onder meer in: een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwaliteitsvol plantgoed, het gebruik van een steunpaal of wortelkluitverankering en indien nodig het aanbrengen van bescherming tegen wild- of veevraat. De nazorg, zoals het tijdig water geven, kan noodzakelijk zijn om de heraanplant de eerste groeiseizoenen te laten overleven;
● bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld of ingeboet. In ieder geval is de aanvrager ertoe gehouden om op zijn perceel de nieuwe heraangeplante bomen tot volle wasdom te brengen. Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart – 1 juli, namelijk het broedseizoen van vogels, moet de aanvrager er zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten (artikel 14 van het soortenbesluit) beschadigd, weggenomen of vernield worden;
● een waarborgfactuur te betalen van 1000 euro ter garantie uitvoering heraanplantingswerken zoals eerder omschreven en voor het behoud in een goede gezondheid van alle te behouden bomen, behoud of herstel van de boomlaag conform omschrijving bosvlak en bouwvlak van het RUP Woonparken.
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026367) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
● het bestaande bos in het bosvlak integraal te behouden zowel de boomlaag, struiklaag, kruidlaag, moslaag en bodemlaag mogen niet verstoord worden. Het bosfrezen van de bodem is verboden. De aanvrager voorziet op het inplantingsplan geen heraanplanting. Het perceel voldoet mits vervangende heraanplanting in het bosvlak en of bouwvlak met minstens 1 inlandse hoogstammige loofboom van eerste grootte plantmaat 10/12 aan het RUP Woonparken;
● de heraanplanting met bomen van eerste grootte moet bij voorkeur met een onderlinge plantafstand van minstens 8m. De heraanplanting mag niet uitgevoerd worden onder de kruinen van bestaande bomen. Voor de bomen van tweede grootte bij voorkeur een onderlinge plantafstand van 5m hanteren;
● de heraanplantingen moeten op minstens 2m plantafstand van de perceelsgrenzen uitgevoerd worden en moeten regelmatig verspreid worden over het gehele perceel;
● de aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt onder meer in: een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwaliteitsvol plantgoed, het gebruik van een steunpaal of wortelkluitverankering en indien nodig het aanbrengen van bescherming tegen wild- of veevraat. De nazorg, zoals het tijdig water geven, kan noodzakelijk zijn om de heraanplant de eerste groeiseizoenen te laten overleven;
● bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld of ingeboet. In ieder geval is de aanvrager ertoe gehouden om op zijn perceel de nieuwe heraangeplante bomen tot volle wasdom te brengen. Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart – 1 juli, namelijk het broedseizoen van vogels, moet de aanvrager er zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten (artikel 14 van het soortenbesluit) beschadigd, weggenomen of vernield worden.
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026270) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
● het uitvoeren van een vervangende heraanplanting met 18 bomen zoals weergegeven op plan;
● de heraanplanting met bomen van eerste grootte moet bij voorkeur met een onderlinge plantafstand van minstens 8m. De heraanplanting mag niet uitgevoerd worden onder de kruinen van bestaande bomen. Voor de bomen van tweede grootte bij voorkeur een onderlinge plantafstand van 5m hanteren;
● de heraanplantingen moeten op minstens 2m plantafstand van de perceelsgrenzen uitgevoerd worden en moeten regelmatig verspreid worden over het gehele perceel;
● de aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt onder meer in: een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwaliteitsvol plantgoed, het gebruik van een steunpaal of wortelkluitverankering en indien nodig het aanbrengen van bescherming tegen wild- of veevraat. De nazorg, zoals het tijdig water geven, kan noodzakelijk zijn om de heraanplant de eerste groeiseizoenen te laten overleven;
● bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld of ingeboet. In ieder geval is de aanvrager ertoe gehouden om op zijn perceel de nieuwe heraangeplante bomen tot volle wasdom te brengen. Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart – 1 juli, namelijk het broedseizoen van vogels, moet de aanvrager er zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten (artikel 14 van het soortenbesluit) beschadigd, weggenomen of vernield worden;
● een waarborgfactuur te betalen van 2100 euro ter garantie uitvoering heraanplantingswerken zoals eerder omschreven en voor het behoud in een goede gezondheid van alle te behouden bomen.
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het bestek met nr. 2026-027/TDU en de raming voor de opdracht “Herinrichting speelplaats GKS De Wingerd” worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten.
Artikel 2. Bovengenoemde opdracht komt tot stand bij wijze van de aanvaarde factuur (overheidsopdracht van beperkte waarde).
Artikel 3. Volgende ondernemers worden uitgenodigd om deel te nemen aan de aanvaarde factuur (overheidsopdracht van beperkte waarde):
● Boerplay, Sneeuwbeslaan 4 bus 13 te 2610 Wilrijk (Antwerpen);
● Kompan NV, Bosstraat 15 te 8780 Oostrozebeke;
● Robinia Int bvba, Schippersdijk 101 te 9200 Dendermonde;
● Libraplay NV, Industriepark-Drongen 14/206 te 9031 Drongen;
● Spereco bvba, Doemesweg 7 te NL-6004 RN Weert.
Artikel 4. De offertes dienen het bestuur ten laatste te bereiken op 16 oktober 2026 om 10.00 uur.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van SWECO van 4 september 2026, van de toelichting door SWECO op 7 september 2026 en van het gelijkluidende advies van de beoordelingscommissie van 14 september 2026.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen beslist om een onderhandelingsronde met alle regelmatige inschrijvers voor te bereiden conform het voorgestelde advies van SWECO ten einde het project zo goed mogelijk af te stemmen op het beschikbare budget van 10,5M euro excl. btw zonder af te wijken van de essentie van de opdracht en daarbij nog steeds een kwalitatief voorstel te bekomen.
Artikel 3. Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met het ontwerp van schrijven aan de betrokken inschrijvers en beslist om dit zo snel mogelijk aan hen over te maken.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het voorstel tot inrichting van een troostplek op de gemeentelijke begraafplaats van Schilde
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen keurt de realisatie op de aangeduide locatie op het kerkhof in Schilde en de plaatsing van de gedenkmuur als onderdeel van de troostplek principieel goed.
Artikel 3. Het college van burgemeester en schepenen keurt de mogelijkheid om op de gedenkmuur, onder nader te bepalen voorwaarden en voor een beperkte periode, een naamplaatje te voorzien ter nagedachtenis van een overledene met een aantoonbare band met Schilde.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist 1.250 euro noodhulp toe te kennen aan Rode Kruis op rekeningnummer BE53 0000 0000 5353 met de vermelding Nepal.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de stand van zaken van het onderzoek naar mobiele zwemoplossingen voor de scholen van Schilde en het ingediende voorstel voor de aanpassing meerjarenplan 2026.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord om (nader) in overleg te gaan met de eigenaars van de voorkeurlocaties en met de scholen van Schilde en om verdere marktverkenning uit te voeren ten einde de voorwaarden voor het voorzien van een mobiele zwemoplossing nauwkeuriger te kunnen inschatten.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen geeft geen toestemming aan vzw De Wereld Van Flo om het lokaal den Bieshof voor de periode van maandag 29 maart 2027 tot en met dinsdag 31 augustus 2027 te huren. De reeds goedgekeurde reservaties van de organisatie voor de vakantieperiodes blijven geldig.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen keurt de offerte voor de druk van het boek Het doet me plezier dat ge eens teken van leven geeft van Antilope De Bie Printing voor het bedrag van 2.608,74 euro excl. BTW goed.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen keurt de verkoopprijs van 25 euro voor het boek Het doet me plezier dat ge eens teken van leven geeft bij de expo Albert Van Dyck en zijn literaire vrienden goed.
Artikel 3. Het college van burgemeester en schepenen keurt het voorstel goed om de twee schrijvers Hans Kleiss en Peter De Laet elk 10 exemplaren te bezorgen van het boek Het doet me plezier dat ge eens teken van leven geeft voor hun inzet voor het boek en de tijdelijke expositie.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.