Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen keurt het verslag van de vergadering van 17 augustus 2026 zonder opmerkingen goed.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen verleent goedkeuring aan de betaalloten voor een totaalbedrag van 434.095,46 euro.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de vraag van de coördinatieraad.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen beslist een bijkomende ideeënbus aan het dorpshuis te plaatsen.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist volgend antwoord over te maken via de nieuwsbrief aan de raadsleden:
● volgende juridische kosten werden aangerekend (stand op 18 augustus 2026): 104.626,01 euro. De betrokken advocatenkantoren zijn Forum advocaten en Flamey advocaten.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de voorgestelde aanpassingen van het Uniform Politie Reglement (UPR)Voorkempen en gaat principieel akkoord met de aanpassingen.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen beslist om het ontwerp van nieuw reglement voor advies voor te leggen aan de jeugdraad met de vraag om hun advies uiterlijk een maand na de adviesvraag te doen toekomen.
Artikel 3. Het college van burgemeester en schepenen beslist om het ontwerp, na het bekomen van het advies van de jeugdraad ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de huidige stand van zaken inzake de mogelijke invoering van GAS 5.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis dat de noodzakelijke beleidsmatige, juridische, operationele en financiële voorbereidingen nog niet zijn afgerond.
Artikel 3. Het college van burgemeester en schepenen beslist de voorziene inkomsten uit snelheidshandhaving in het kader van GAS 5 voor het jaar 2027 als onzeker te beschouwen en deze inkomsten te schrappen voor 2027.
Artikel 4. Het college van burgemeester en schepenen beslist naar aanleiding van de omzendbrief van 6 maart 2026 de voorziene inkomsten in het kader van GAS 5 te schrappen voor 2027 tot 2033.
Artikel 5. Het college van burgemeester en schepenen beslist Dirk Bauwens of Valérie Van Genechten aan te stellen als projectsponsor.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist de Berkenlaan af te sluiten op 29 september 2026.
Artikel 2. Deze maatregel wordt ter kennis gebracht met verkeersborden C3. Deze bepaling is niet van toepassing voor de voertuigen van de hulpdiensten zoals ziekenwagens, brandweerwagens en politievoertuigen.
Artikel 3. Afschrift van huidig besluit wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en overgemaakt aan het loket lokaal bestuur.
Artikel 1. Goedkeuring wordt verleend aan de aanvraag van Proximus - Fiberklaar met kenmerk JMS 687112.
Artikel 2. Deze goedkeuring wordt gegeven onder de volgende voorwaarden:
● aanvraag coördinatie via GIPOD;
● rekening houden met de verordening over de voetpaden en de verkeersveiligheid voor bovengrondse constructies, kasten;
● rekening houden met de bestaande leidingen en bomen;
● bermen, opritten en voetpaden terug in perfecte staat brengen;
● werken uitvoeren conform de code voor infrastructuurwerken;
● de gemeente verwittigen de dag voor de aanvang van de werken. De werken dienen na een rondgang met de toezichter van de gemeente voorlopig te worden opgeleverd binnen de 10 werkdagen na de beëindiging ervan om na de periode van 1 jaar de werken definitief op te leveren. Zolang deze afspraak niet nageleefd wordt blijft de vergunninghouder verantwoordelijk voor de werkzone;
● de verplichte onderboringen van het wegdek uitvoeren onder verantwoordelijkheid van de maatschappij;
● de nutsmaatschappij bij aanvang van de werken de verantwoordelijke controleur vermeldt met het telefoonnummer waarop deze bereikbaar is;
● indien van toepassing, de leidingen minstens 50cm onder het bodempeil van de baangracht of waterloop leggen;
● noch het gemeentebestuur, noch de andere nutsbedrijven kunnen verantwoordelijk gesteld worden voor leidingen die niet op de voorgeschreven plaats en diepte gelegd werden.
Artikel 1. Goedkeuring wordt verleend aan de aanvraag van Proximus - Fiberklaar met kenmerk JMS 687177.
Artikel 2. Deze goedkeuring wordt gegeven onder de volgende voorwaarden:
● aanvraag coördinatie via GIPOD;
● rekening houden met de verordening over de voetpaden en de verkeersveiligheid voor bovengrondse constructies, kasten;
● rekening houden met de bestaande leidingen en bomen;
● bermen, opritten en voetpaden terug in perfecte staat brengen;
● werken uitvoeren conform de code voor infrastructuurwerken;
● de gemeente verwittigen de dag voor de aanvang van de werken. De werken dienen na een rondgang met de toezichter van de gemeente voorlopig te worden opgeleverd binnen de 10 werkdagen na de beëindiging ervan om na de periode van 1 jaar de werken definitief op te leveren. Zolang deze afspraak niet nageleefd wordt blijft de vergunninghouder verantwoordelijk voor de werkzone;
● de verplichte onderboringen van het wegdek uitvoeren onder verantwoordelijkheid van de maatschappij;
● de nutsmaatschappij bij aanvang van de werken de verantwoordelijke controleur vermeldt met het telefoonnummer waarop deze bereikbaar is;
● indien van toepassing, de leidingen minstens 50cm onder het bodempeil van de baangracht of waterloop leggen;
● noch het gemeentebestuur, noch de andere nutsbedrijven kunnen verantwoordelijk gesteld worden voor leidingen die niet op de voorgeschreven plaats en diepte gelegd werden.
Artikel 1. Goedkeuring wordt verleend aan de aanvraag van Fluvius met kenmerk VGW ID 20532083.
Artikel 2. Deze goedkeuring wordt gegeven onder volgende voorwaarden:
● aanvraag coördinatie via GIPOD;
● rekening houden met de verordeningen over de voetpaden en de verkeersveiligheid voor bovengrondse constructies, kasten;
● rekening houden met de bestaande leidingen en kasten;
● bermen, opritten en voetpaden terug in perfecte staat brengen;
● werken uitvoeren conform de code voor infrastructuurwerken;
● de gemeente verwittigen de dag voor de aanvang van de werken. De werken dienen te worden opgeleverd binnen de 10 werkdagen na de beëindiging ervan. Zolang deze afspraak niet nageleefd wordt blijft de vergunninghouder verantwoordelijk voor de werkzone;
● de verplichten onderboringen van het wegdek uitvoeren onder verantwoordelijkheid van de maatschappij;
● de nutsmaatschappij bij aanvang van de werken verantwoordelijke controleur vermeldt het telefoonnummer waarop deze bereikbaar is;
● indien van toepassing, de leidingen minstens 50 cm onder het bodempeil van de baangracht of waterloop leggen;
● noch het gemeentebestuur, noch de aannemer kunnen verantwoordelijk gesteld worden voor leidingen die niet op de voorgeschreven plaatse en diepte gelegd werden.
Artikel 1. Goedkeuring wordt verleend aan de aanvraag van Pidpa met kenmerk D-28-828.
Artikel 2. Deze goedkeuring wordt gegeven onder de volgende voorwaarden:
● aanvraag coördinatie via GIPOD;
● rekening houden met de verordening over de voetpaden en de verkeersveiligheid voor bovengrondse constructies, kasten;
● rekening houden met de bestaande leidingen en bomen;
● bermen, opritten en voetpaden terug in perfecte staat brengen;
● werken uitvoeren conform de code voor infrastructuurwerken;
● de gemeente verwittigen de dag voor de aanvang van de werken. De werken dienen te worden opgeleverd binnen de 10 werkdagen na beëindiging ervan. Zolang deze afspraak niet nageleefd wordt blijft de vergunninghouder verantwoordelijk voor de werkzone;
● de verplichte onderboringen van het wegdek uitvoeren onder verantwoordelijkheid van de maatschappij;
● de nutsmaatschappij bij aanvang van de werken de verantwoordelijke controleur vermeldt met het telefoonnummer waarop deze bereikbaar is;
● indien van toepassing, de leidingen minstens 50cm onder het bodempeil van de baangracht of waterloop leggen;
● noch het gemeentebestuur, noch de aannemer kunnen verantwoordelijk gesteld worden voor leidingen die niet op de voorgeschreven plaats en diepte gelegd werden.
Artikel 1. Goedkeuring wordt verleend aan de aanvraag van Fluvius met kenmerk VGW ID 20485108.
Artikel 2. Deze goedkeuring wordt gegeven onder volgende voorwaarden:
● aanvraag coördinatie via GIPOD;
● rekening houden met de verordeningen over de voetpaden en de verkeersveiligheid voor bovengrondse constructies, kasten;
● rekening houden met de bestaande leidingen en kasten;
● bermen, opritten en voetpaden terug in perfecte staat brengen;
● werken uitvoeren conform de code voor infrastructuurwerken;
● de gemeente verwittigen de dag voor de aanvang van de werken. De werken dienen te worden opgeleverd binnen de 10 werkdagen na de beëindiging ervan. Zolang deze afspraak niet nageleefd wordt blijft de vergunninghouder verantwoordelijk voor de werkzone;
● de verplichten onderboringen van het wegdek uitvoeren onder verantwoordelijkheid van de maatschappij;
● de nutsmaatschappij bij aanvang van de werken verantwoordelijke controleur vermeldt het telefoonnummer waarop deze bereikbaar is;
● indien van toepassing, de leidingen minstens 50 cm onder het bodempeil van de baangracht of waterloop leggen;
● noch het gemeentebestuur, noch de aannemer kunnen verantwoordelijk gesteld worden voor leidingen die niet op de voorgeschreven plaatse en diepte gelegd werden.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist om de heer Cloodts
een forfaitaire kostenvergoeding van 1.760,83 euro te kennen.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het beroep ingesteld bij de deputatie.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen is van oordeel dat de aanvraag verenigbaar is met de goede ruimtelijke ordening. Bijgevolg blijft het college van burgemeester en schepenen bij zijn standpunt zoals ingenomen bij de aflevering van de voorwaardelijk vergund op 15 juni 2026.
Artikel 3. Het college van burgemeester en schepenen beslist om een voorwaardelijk gunstig advies over te maken aan de deputatie.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_OVK20262) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
● het advies van de gemeentelijke themaconsulent natuur en groen naleven;
● het advies van de gemeentelijke themaconsulent woonbeleid naleven;
● het advies van Fluvius naleven;
● het advies van Pidpa-Riolering naleven;
● het advies van Proximus naleven;
● het advies van Wyre naleven;
● het advies van Departement Leefmilieu Dienst Waterbeleid naleven.
Artikel 4. De vergunning wordt afgeleverd met volgende lasten: Overeenkomstig het gemeentewegen decreet wordt aan de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden een last in natura verbonden onder de omschrijving "Grondafstand".
De vergunninghouder dient over te gaan tot de kosteloze overdracht van 73,57m² grond overeenkomstig het goedgekeurde rooilijnplan. De overdracht gebeurt kosteloos aan de gemeente. Alle administratieve, notariële en eventuele opmetingskosten verbonden aan de overdracht zijn integraal ten laste van de vergunninghouder.
De kosteloze grondafstand dient volledig te zijn gerealiseerd voorafgaand aan de aflevering van het verkavelingsattest.
Artikel 5. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_202692) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
● het advies van de gemeentelijke themaconsulent natuur en groen naleven;
● het advies van Pidpa-Riolering naleven.
Artikel 4. De vergunning wordt afgegeven met volgende last: Overeenkomstig de Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake lasten bij omgevingsvergunningen wordt aan de vergunning een financiële last verbonden onder de omschrijving "herbouw zonevreemd gebouw".
Bij de herbouw van een zonevreemd gebouw met een minimale bruto grondoppervlakte van 500m² dient aan de financiële last te worden voldaan van 5.000euro.
De financiële last dient uiterlijk voor de start der werken te worden voldaan.
Artikel 5. Het college van burgemeester en schepenen neemt akte van een melding voor de exploitatie van een IIOA met inrichtingsnummer 20260209-0004 voor een tijdelijke bronbemaling voor een duur van 100 dagen en met een maximum debiet van 32.569 m³. De aktename voor de IIOA wordt verleend onder de algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II, alsook volgende bijzondere voorwaarden:
● De exploitant zal minimum een maand voor de aanvang van de bemaling een opstartoverleg organiseren tussen de bemalingsfirma en vergunningsverlenende overheid/toezichthouder;
● De exploitant meldt minimum twee weken voor de aanvang van de werken, de startdatum van de bronbemaling aan handhaving@schilde.be alsook de contactgegevens van de erkende boomverzorger. Deze boomverzorger wordt voor rekening van de exploitant aangesteld. Deze staat in voor het monitoren en bevloeien van de bomen. Bij de bevloeiing dient minimum rekening gehouden te worden met de intensiteit en het type bevloeiing en met het wortelgestel van iedere boom (diep of ondiep wortelend). Het bevloeingwater dient ontijzerd te worden en op omgevingstermperatuur te worden gebracht voor de bevloeiing;
● De exploitant dient het advies van de boomdeskundige toe te passen voor een maximaal behoud van de aanwezige natuurwaarden. De boomverzorger zal ook een eindrapport maken van de opvolging van de werken;
● De exploitant dient te voorzien in een sonde-gestuurde bronbemaling zodat het pompdebiet zich automatisch aanpast op het vooraf ingestelde waterpeil en het aldus ook niet kan overschrijden. Onder geen beding mag de grondwatertafel meer dan 4 meter onder het maaiveld dalen. De grondwaterstand dient gradueel naar omhoog worden gebracht naarmate de voortgang van de werf;
● De exploitant voorziet voorafgaand in een proefboring en grondwateranalyes door een erkend labo om de kwaliteit van het te lozen water te kenen. Indien de waarden niet binnen de bijgestelde lozingsnormen liggen moet bijkomende zuivering voorzien worden. Tijdens de bemaling dient maandelijks een meting uitgevoerd te worden ter controle. De resultaten worden beschikbaar gesteld aan de toezichthoudende overheid en deze kan wanneer twijfel heerst bijkomende analyses doen uitvoeren;
● Het bronbemalingssysteem dient uitgerust te worden met een vergaarbak met zandvang en indien nodig ook met een systeem voor ontijzering. Indien de kwaliteit van het opgepompte water binnen de lozingsnormen ligt dient er een vergaarbak voorzien te worden voor het aftappen van water door een dompelpomp of ander systeem. De exploitant dient zelf te voorzien in een dompelpomp of ander systeem en voldoende afvoerslangen om het opgepompte water maximaal op het perceel zelf te infiltreren;
● De bewoners/eigenaars van percelen die liggen in de invloedssfeer van de bronbemaling, moeten op eenvoudig verzoek en kosteloos ook gebruik kunnen maken van dit systeem. Het aftappunt moet door de exploitant voorzien worden met een opschrift “gratis grondwater” en volgende waarschuwingen:
○ gebruik op eigen risico;
○ dit is niet-drinkbaar water;
○ er is geen garantie dat dit water aan de veiligheidsnormen voor bv. dierenwelzijn of voedselveiligheid;
○ kan ijzer bevatten dat wanneer het in contact komt met lucht voor een bruine verkleuring zorgt.
● De exploitant dient het water dat niet kan infiltreren in de bodem te lozen in een baangracht of oppervlaktewater. Hij dient hiervoor voorafgaandelijk advies en desgevallend ook toelating aan te vragen bij de beheerder van de gracht of waterloop. Dit zijn o.a. de dienst Integraal Waterbeleid van de provincie Antwerpen diw@provincieantwerpen.be en de administratie Wegen en Verkeer.
● De exploitant wordt erop gewezen dat het bestaande grachtenstelsel door weersomstandigheden of onvoorziene verstoppingen mogelijks niet zal volstaan voor de berging van het opgepompte water. De exploitant waakt er gedurende de ganse exploitatie over dat de infiltratie of lozing geen wateroverlast of schade veroorzaakt bij derden. Hij neemt voor eigen rekening al de nodige wettelijke maatregelen om wateroverlast of schade ten gevolge van de bronbemaling te vermijden.
● Bij eventuele schade aan de oever van de gracht of waterloop dient deze hersteld te worden in oorspronkelijke toestand.
Artikel 6. Het college van burgemeester en schepenen neemt akte van de melding van een IIOA met inrichtingsnummer 20251202-0004 -voor de exploitatie een systeem van warmtepompen: airco met een totaal geïnstalleerd vermogen van 27,98 kW (rubriek 16.32°a), de opslag van 195 liter gevaarlijke stoffen in kleine verpakkingen (rubriek 17;4) en het stallen van 6 voertuigen andere dan personenwagens (15.1.1°) De aktename voor de IIOA wordt verleend onder de algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II
Artikel 7. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026131) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026327) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
● het bestaande bos in het bosvlak integraal te behouden zowel de boomlaag, struiklaag, kruidlaag, moslaag en bodemlaag mogen niet verstoord worden. Het bosfrezen van de bodem is verboden. De aanvrager voorziet op het inplantingsplan geen heraanplanting. Het perceel voldoet mits vervangende heraanplanting in het bosvlak met minstens 1 inlandse hoogstammige loofboom van eerste grootte plantmaat 10/12 en in het bouwvlak met 1 inlandse hoogstammige loofboom van tweede grootte plantmaat 8/10 aan het Rup Woonparken;
● indien er geen bestaand bos is moet het bosvlak aangelegd worden met een bosinrichting;
● de heraanplanting met bomen van eerste grootte moet bij voorkeur met een onderlinge plantafstand van minstens 8m. De heraanplanting mag niet uitgevoerd worden onder de kruinen van bestaande bomen. Voor de bomen van tweede grootte bij voorkeur een onderlinge plantafstand van 5m hanteren;
● de heraanplantingen moeten op minstens 2m plantafstand van de perceelsgrenzen uitgevoerd worden en moeten regelmatig verspreid worden over het gehele perceel;
● de aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt onder meer in: een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwaliteitsvol plantgoed, het gebruik van een steunpaal of wortelkluitverankering en indien nodig het aanbrengen van bescherming tegen wild- of veevraat. De nazorg, zoals het tijdig water geven, kan noodzakelijk zijn om de heraanplant de eerste groeiseizoenen te laten overleven;
● bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld of ingeboet. In ieder geval is de aanvrager ertoe gehouden om op zijn perceel de nieuwe heraangeplante bomen tot volle wasdom te brengen. Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart – 1 juli, namelijk het broedseizoen van vogels, moet de aanvrager er zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten (artikel 14 van het soortenbesluit) beschadigd, weggenomen of vernield worden.
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026329) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
● op basis van vaststelling via luchtfoto ‘s voldoet voorliggend perceel op vlak van de boomlaag niet aan de omschrijving van bosvlak en of bouwvlak van het Rup Woonparken. Om die reden is het herstel van het bosvlak en of bouwvlak nodig door een vervangende heraanplanting uit te voeren. In het bosvlak met minstens 2 inlandse hoogstammige loofbomen van eerste grootte plantmaat 10/12. In het bouwvlak met minstens 2 inlandse hoogstammige loofbomen of klimaatbomen van tweede grootte plantmaat 8/10;
● de heraanplanting met bomen van eerste grootte moet bij voorkeur met een onderlinge plantafstand van minstens 8m. De heraanplanting mag niet uitgevoerd worden onder de kruinen van bestaande bomen. Voor de bomen van tweede grootte bij voorkeur een onderlinge plantafstand van 5m hanteren;
● de heraanplantingen moeten op minstens 2m plantafstand van de perceelsgrenzen uitgevoerd worden en moeten regelmatig verspreid worden over het gehele perceel;
● de aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt onder meer in: een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwaliteitsvol plantgoed, het gebruik van een steunpaal of wortelkluitverankering en indien nodig het aanbrengen van bescherming tegen wild- of veevraat. De nazorg, zoals het tijdig water geven, kan noodzakelijk zijn om de heraanplant de eerste groeiseizoenen te laten overleven;
● bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld of ingeboet. In ieder geval is de aanvrager ertoe gehouden om op zijn perceel de nieuwe heraangeplante bomen tot volle wasdom te brengen. Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart – 1 juli, namelijk het broedseizoen van vogels, moet de aanvrager er zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten (artikel 14 van het soortenbesluit) beschadigd, weggenomen of vernield worden;
● een waarborgfactuur te betalen van 600 euro ter garantie uitvoering heraanplantingswerken zoals eerder omschreven en voor het behoud in een goede gezondheid van alle te behouden bomen, behoud of herstel van de boomlaag conform omschrijving bosvlak en bouwvlak van het Rup Woonparken.
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026330) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist de 'Letter of intent' te ondertekenen om de oproep LIFE-2026-CET-HEATCOOLPLAN te ondersteunen.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen keurt het voorstel voor de opkuis en tijdelijke herinrichting van de fietsenstandplaats aan het Lodewijk De Vochtplein goed.
Artikel 2. De bestaande fietsenrekken worden verwijderd en vervangen door fietsbeugels. De fietsenstandplaats wordt tijdelijk afgewerkt met een laag grijs dolomiet en een verhoogd plantsoen met afboording, overeenkomstig het voorgelegde voorstel.
Artikel 3. De tijdelijke inrichting blijft behouden in afwachting van de definitieve heraanleg van het Lodewijk De Vochtplein.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist de opheffing van het reglement Toelage voor gezinnen met drie of meer kinderen met groeipakket sociale toeslag ter goedkeuring te agenderen op de gemeenteraad van 21 september 2026.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met het reglement Sociale toelage voor school en vrijetijd van kinderen tot en met 25 jaar en beslist het reglement, na goedkeuring, te evalueren na een periode van 1 jaar.
Artikel 3. Het college van burgemeester en schepenen beslist het reglement Sociale toelage voor school en vrijetijd van kinderen tot en met 25 jaar ter goedkeuring te agenderen op de gemeenteraad van 21 september 2026.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen verleent goedkeuring om de Halloween-tocht van Rugbyclub Diabolos te promoten via de gemeentelijke communicatiekanalen en om beschikbare gemeentelijke materialen gratis ter beschikking te stellen aan de rugbyclub.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist om de tentoonstelling 'De Zee! De Zee!' in de bibliotheek in Schilde te organiseren tussen 11 januari 2027 en 1 februari 2027.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen beslist dat het lokaal bestuur zal instaan voor het ophalen van de tentoonstelling in Villa Verbeelding (Bampslaan 35, 3500 Hasselt).
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het feit dat er nog munitie aanwezig is in de ondergrond van Schans Schilde.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen beslist om de looppaden en gekende plaatsen van het terrein te onderwerpen aan een gronderzoek door een gespecialiseerde firma en stelt hiervoor - op basis van een offertevraag- de firma 360-Survey uit Aalst aan.
Artikel 3. Het college van burgemeester en schepenen beslist een kapvergunning aan vragen bij Agentschap Natuur en Bos voor de graafwerken. Deze graafwerken verlopen manueel door de detecterende firma en dus zonder kraan.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de brief van de Vlaamse Gemeenschap over de huur van het Museum Albert Van Dyck voor de collectie van Albert Van Dyck en de schuldvordering van in totaal 29.747,22 euro voor de periode van 1 januari tot 31 december 2026.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen beslist om in 2028 een tijdelijke expo te organiseren voor de heropening van het gemeentehuis en het museum indien dit binnen de huidige kredieten kan gerealiseerd worden.
Artikel 3. Het college van burgemeester en schepenen beslist om in de aanpassing van het meerjarenplan het nodige krediet van 34.925 euro te voorzien in 2028 voor de aankoop en restauratie van kunstwerken voor het museum (MJP1741) indien dit binnen de huidige kredieten kan gerealiseerd worden.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist dat er een verzekering bij
Ethias wordt afgesloten voor de tijdelijke tentoonstelling.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen beslist een openingsreceptie aan
genodigden aan te bieden.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist volgende items op de agenda voor de raadscommissie van 7 september 2026 te plaatsen:
● SECRETARIAAT - Verslag raadscommissie van 1 juni 2026
● SOCIALE DIENST - MJP - Startnota Creëren veilig huis voor slachtoffers van intrafamiliaal geweld
● Mobiliteit - MJP002616 - Startnota Waarborgen van een verkeersveilige schoolomgeving
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist beroep in stellen ter vrijwaring van de rechten van het lokaal bestuur. De opdracht hiervoor wordt gegeven aan Flamey advocaten.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.