Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen keurt het verslag van de vergadering van 1 juni 2026 zonder opmerkingen goed.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen verleent goedkeuring aan de betaalloten voor een totaal bedrag van 170.071,80 euro.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de uitnodiging voor het ontmoetingsmoment 'Samen tafelen'. De burgemeester, Marian Van Alphen, Valérie Van Genechten, Pascale Gielen en Christian Hazard zullen deelnemen.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen beslist de agenda van het kwartaaloverleg goed te keuren.
Artikel 3. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de einduitspraak in de milieustakingsprocedure:
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen verklaart de lijst van fiscale vorderingen van het dienstjaar 2026 gedateerd op 1 juni 2026, oninbaar voor een bedrag van 3.250 euro.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de eerste aanzet tot ontwerp van lokaal handhavingsbeleidsplan inzake omgeving met ontwerp van prioriteitennota en gaat principieel akkoord met de voorgestelde krijtlijnen en voorgestelde prioriteiten.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen beslist om het ontwerp van handhavingsbeleidsnota verder uit te werken en om in september ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad voorafgegaan aan de raadscommissie
Artikel 3. De nota zal na goedkeuring ter kennisgeving voorgelegd worden aan de GECORO, de gemeentelijke milieuadviesraad, de lokale politiezone en IGEAN.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen gaat niet akkoord met het aanpassen van de verkeerssituatie ter hoogte van de Brasschaatsebaan (N121) 126.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist om aan het Agentschap Wegen & Verkeer voor te stellen om C11 verkeersborden te plaatsen aan de oversteek van de Turnhoutsebaan (N12) met de Liersebaan.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist om de aanvraag tot beschoeiing van de baangracht ter hoogte van de Kouwenbergdreef 26 goed te keuren op voorwaarde dat:
● de beschoeiing enkel uitgevoerd wordt in waterdoorlatende houten materialen en het huidig profiel wordt aangehouden (bodembreedte 60cm);
● de werken op eigen risico worden uitgevoerd (schade nutsvoorzieningen ed.);
● de beschoeiing geen rechten schept naar de toekomst;
● de gemeente niet aansprakelijk gesteld kan worden voor schade aan de beschoeiing door ruimingwerken, nutswerken, wegenwerken;
● de gemeente de beschoeiing ten allen tijde kan verwijderen wanneer dit om technische redenen noodzakelijk is (verbreden of verdiepen van de gracht);
● de aanvrager de gracht als een goed huisvader onderhoudt om de goede doorstroming van het water te garanderen.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_202681) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_202682) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026104) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
● voor de afbraak van de gebouwen dient de bouwheer te beschikken over een attest voor het buitengebruik stellen van de gas- en elektriciteitsleidingen van desbetreffende maatschappijen;
● het gebouw dient enkel als eengezinswoning te worden aangewend;
● het niet-bebouwbare gedeelte moet aangelegd worden met hoogstammig groen (het bestaande moet bewaard worden). Het groen moet aangebracht worden langs alle zijden van het perceel, min de nodige toegangen. Slechts 10% van de perceelsoppervlakte mag ingenomen worden voor het aanleggen van grasperken, speelruimten, tennisvelden en dergelijke;
● de vestiging van een maatschappelijke zetel en de uitoefening van een vrij beroep zijn toegelaten, mits het residentiële karakter van het gebouw behouden blijft. Handelszaken, ambachtelijke ondernemingen en industriële of nijverheidsactiviteiten zijn verboden;
● het hemelwater dient te worden opgevangen in (een) regenwaterput(ten) met een totale inhoud van minimum 20.000 liter. Het regenwater moet hergebruikt worden met minimum 1 aftappunt. De overloop van de put moet worden aangesloten aan een infiltratievoorziening met een buffervolume van minimum 13.233,99 liter en een infiltratieoppervlakte van 32,08m² zodat aan de verordening voldaan wordt;
● er moet een Individuele Basisinstallatie voor Afvalwater (IBA) voorzien worden die voldoet aan de Vlarem wetgeving;
● de afvoerleidingen van fecaliën dienen aangesloten te worden op een septische put.
● het zwembadwater mag niet ongezuiverd geloosd worden in riool, grachten, oppervlaktewaters, grondwater. Onder alle omstandigheden de geldende wettelijke lozingsnormen respecteren;
● het advies van de gemeentelijke themaconsulent natuur en groen naleven;
● het advies van Pidpa-Riolering naleven;
● het advies van de gemeentelijke milieuambtenaar naleven.
Artikel 4. Het college van burgemeester en schepenen neemt akte van de melding van de tijdelijke bronbemaling met inrichtingsnummer 20260306-0007 en beslist om naast de algemene sectorale voorwaarden, volgende bijzonder voorwaarden op te leggen:
● de exploitant meldt uiterlijk de dag voor "de opbouw" van de pompinstallatie de startdatum van de bemaling in het omgevingsloket;
● de exploitant dient te voorzien in een sonde-gestuurde bronbemaling zodat het pompdebiet zich automatisch aanpast op het vooraf ingestelde waterpeil en het aldus ook niet kan overschrijden. Onder geen beding mag de grondwatertafel meer dan 4,0 meter onder het maaiveld dalen;
● de grondwaterstand dient gradueel naar omhoog worden gebracht naarmate de voortgang van de werf;
● de exploitant dient er over te waken dat het geloosde bronbemalingswater altijd voldoet aan de geldende lozingsnormen;
● het bronbemalingssysteem dient uitgerust te worden met een vergaarbak met zandvang en indien nodig ook met een systeem voor ontijzering. De vergaarbak moet de mogelijkheid bieden voor het aftappen van water door een dompelpomp of ander systeem. De exploitant dient zelf te voorzien in een dompelpomp of ander systeem en voldoende afvoerslangen om het opgepompte water maximaal op het perceel zelf te infiltreren.
● de bewoners/eigenaars van percelen die liggen in de invloedssfeer van de bronbemaling, moeten op eenvoudig verzoek en kosteloos ook gebruik kunnen maken van dit systeem. Het aftappunt moet door de exploitant voorzien worden met een opschrift “gratis grondwater” en volgende waarschuwingen:
○ gebruik op eigen risico;
○ dit is niet-drinkbaar water (met symbool);
○ er is geen garantie dat dit water aan de veiligheidsnormen voor bv. dierenwelzijn of voedselveiligheid;
○ kan ijzer bevatten dat wanneer het in contact komt met lucht voor een bruine verkleuring zorgt;
● de exploitant dient het water dat niet kan infiltreren in de bodem te lozen in een baangracht of oppervlaktewater. Hij dient hiervoor voorafgaandelijk advies en desgevallend ook toelating aan te vragen bij de beheerder van de gracht of waterloop. Dit zijn o.a. de dienst Integraal Waterbeleid van de provincie Antwerpen diw@provincieantwerpen.be en de administratie Wegen en Verkeer;
● de exploitant wordt erop gewezen dat het bestaande grachtenstelsel door weersomstandigheden of onvoorziene verstoppingen mogelijks niet zal volstaan voor de berging van het opgepompte water. De exploitant waakt er gedurende de ganse exploitatie over dat de infiltratie of lozing geen wateroverlast of schade veroorzaakt bij derden. Hij neemt voor eigen rekening al de nodige wettelijke maatregelen om wateroverlast of schade ten gevolge van de bronbemaling te vermijden;
● bij eventuele schade aan de oever van de gracht of waterloop dient deze hersteld te worden in oorspronkelijke toestand;
● de bouw van het zwembad dient tegelijk met de nieuwbouw gerealiseerd te worden zodat er geen bijkomende bemalingen meer nodig zijn.
Artikel 5. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_202626) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
● het gebouw dient enkel als eengezinswoning te worden aangewend;
● het niet-bebouwbare gedeelte moet aangelegd worden met hoogstammig groen (het bestaande moet bewaard worden). Het groen moet aangebracht worden langs alle zijden van het perceel, min de nodige toegangen. Slechts 10% van de perceelsoppervlakte mag ingenomen worden voor het aanleggen van grasperken, speelruimten, tennisvelden en dergelijke;
● de vergunde zonnepanelen mogen uitsluitend tijdelijk op de vergunde locatie behouden blijven. Van zodra op het perceel een vergund bijgebouw wordt opgericht dat technisch geschikt is voor de plaatsing van zonnepanelen, dienen de zonnepanelen te worden verwijderd van hun huidige locatie en te worden verplaatst naar het dak van het bijgebouw. De verplaatsing dient te gebeuren binnen een termijn van zes maanden na de ingebruikname van het bijgebouw.
● de vestiging van een maatschappelijke zetel en de uitoefening van een vrij beroep zijn toegelaten, mits het residentiële karakter van het gebouw behouden blijft. Handelszaken, ambachtelijke ondernemingen en industriële of nijverheidsactiviteiten zijn verboden;
● de afvoerleidingen van fecaliën dienen aangesloten te worden op een septische put.
● het hemelwater dient te worden opgevangen in (een) regenwaterput(ten) met een totale inhoud van minimum 5.000 liter. Het regenwater moet hergebruikt worden met minimum 1 aftappunt. De overloop van de put moet worden aangesloten aan een infiltratievoorziening met een buffervolume van minimum 1.235,19 liter en een infiltratieoppervlakte van 2,9944m² zodat aan de verordening voldaan wordt;
● het advies van de gemeentelijke themaconsulent natuur en groen naleven;
● het advies van het Agentschap voor Natuur en Bos naleven;
● het advies van Pidpa-Riolering naleven;
● het advies van de gemeentelijke themaconsulent woonbeleid naleven;
● de inbuizing mag enkel geschieden met buizen met een inwendige diameter van minstens 0,30m. Voor ieder afzonderlijk geval echter zal de doorsnee van de buizen en diepteligging ervan worden bepaald door het gemeentebestuur;
● de as en de bodem van de inbuizing dienen met de as en de bodem van de baangracht overeen te komen en de duiker zal in één ononderbroken helling worden uitgevoerd;
● de vrije uiteinden dienen te worden afgewerkt analoog met reeds bestaande afwerkingen in de straat (kopmuren of kasseibeschoeiing), dit om eenvormigheid in het straatbeeld te verkrijgen;
● op de overwelving mag geen enkele andere constructie worden opgericht;
● het onderhoud van de inbuizing moet steeds mogelijk zijn zonder enige hindernis;
● in de overwelving mogen geen openingen of afloopbuizen van afvalwater worden aangebracht;
● tijdens het uitvoeren van de werken mag de waterafvoer van de baangracht niet worden gehinderd en de eigenaar blijft aansprakelijk voor alle schadelijke gevolgen aan de baangracht die het gevolg zijn van de inbuizing;
● indien de overwelving om één of andere reden schadelijk is voor de waterafvoer of bij herinrichting van de weg, heeft de gemeente het recht de verwijdering of aanpassing te bevelen zonder enige schadevergoeding;
● als waarborg voor de uitvoering van de inbuizing conform de opgelegde bepalingen dient een som van 50 euro per lopende meter inbuizing te worden gestort op de bankrekening van het gemeentebestuur;
● de waarborgsom dient in het bezit te zijn van het gemeentebestuur vooraleer met het werk wordt aangevangen;
● na de beëindiging van het werk dient de aanvrager hiervan het gemeentebestuur te verwittigen door een aanvraag tot terugbetaling van de waarborg in te dienen;
● nadat de werken werden gecontroleerd en hierop geen bemerkingen werden geformuleerd zal de waarborgsom worden terugbetaald. Zo nodig wordt de waarborgsom geheel of gedeeltelijk ingehouden om de goede aanleg te verzekeren;
Artikel 4. Het college van burgemeester en schepenen akeert de melding aan Van Laere Sven een tijdelijke bronbemaling 2 met inrichtingsnummer 20260123-0056 voor de exploitatie van rubriek 53.2.1°) - een bronbemaling gedurende 150 dagen en maximum debiet van 27.211 m³.
● De exploitatie is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende milieuvoorwaarden:
○ De algemene milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
hoofdstukken 4.1, 4.7 en 4.9 | Algemene milieuvoorwaarden - algemeen |
hoofdstuk 4.5 met bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6 | Algemene milieuvoorwaarden - geluid
|
hoofdstukken 4.4 en 4.10 met bijlagen 4.4.1, 4.4.2, 4.4.3, 4.4.4, 4.4.5, 4.4.6, 4.4.7.1 en 4.4.7.2. | Algemene milieuvoorwaarden - lucht
|
hoofdstuk 4.6. | Algemene milieuvoorwaarden - licht |
hoofdstuk 4.2 met bijlagen 2.3.1, 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4 | Algemene milieuvoorwaarden - oppervlaktewater |
● De sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
○ hoofdstuk 5.53 van Vlarem II
● De volgende bijzondere milieuvoorwaarden:
○ de exploitant meldt uiterlijk de dag voor "de opbouw" van de pompinstallatie de startdatum van de bemaling in het omgevingsloket;
○ het bronbemalingssysteem dient uitgerust te worden met een vergaarbak met zandvang en indien nodig ook met een systeem voor ontijzering. De vergaarbak moet de mogelijkheid bieden voor het aftappen van water door een dompelpomp of ander systeem. De exploitant dient zelf te voorzien in een dompelpomp of ander systeem en voldoende afvoerslangen om het opgepompte water maximaal op het perceel zelf te infiltreren;
○ de bewoners/eigenaars van percelen die liggen in de invloedssfeer van de bronbemaling, moeten op eenvoudig verzoek en kosteloos ook gebruik kunnen maken van dit systeem. Het aftappunt moet door de exploitant voorzien worden met een opschrift “gratis grondwater” en volgende waarschuwingen:
■ gebruik op eigen risico;
■ dit is niet-drinkbaar water (met symbool);
■ er is geen garantie dat dit water aan de veiligheidsnormen voor bv. dierenwelzijn of voedselveiligheid;
■ kan ijzer bevatten dat wanneer het in contact komt met lucht voor een bruine verkleuring zorgt;
○ de exploitant dient het water dat niet kan infiltreren in de bodem te lozen in een baangracht of oppervlaktewater. Hij dient hiervoor voorafgaandelijk advies en desgevallend ook toelating aan te vragen bij de beheerder van de gracht of waterloop. Dit zijn o.a. de dienst Integraal Waterbeleid van de provincie Antwerpen diw@provincieantwerpen.be en de administratie Wegen en Verkeer;
○ de exploitant wordt erop gewezen dat het bestaande grachtenstelsel door weersomstandigheden of onvoorziene verstoppingen mogelijks niet zal volstaan voor de berging van het opgepompte water. De exploitant waakt er gedurende de ganse exploitatie over dat de infiltratie of lozing geen wateroverlast of schade veroorzaakt bij derden. Hij neemt voor eigen rekening al de nodige wettelijke maatregelen om wateroverlast of schade ten gevolge van de bronbemaling te vermijden;
● bij eventuele schade aan de oever van de gracht of waterloop dient deze hersteld te worden in oorspronkelijke toestand.
Artikel 5. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de mogelijkheid tot aanvraag van een vermindering van de specifieke inhaalbeweging in het kader van het bindend sociaal objectief.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen beslist ondanks de korte indieningsperiode om een vraag tot vermindering van de specifieke inhaalbeweging in te dienen.
Artikel 3. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis dat de brief herwerkt wordt door IGEAN en voorgelegd wordt aan de stuurgroep van 3 juli 2026.
Artikel 4. Het college van burgemeester en schepenen geeft de opdracht aan de administratie om het plan van aanpak en verplichte overeenkomst met de woonmaatschappij verder voor te bereiden in overleg met de woonmaatschappij en de betrokken partners.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de vergunningsaanvraag OMV 202090750 van Pidpa, Vierselsebaan 5, Grobbendonk voor de exploitatie van een tijdelijke bronbemaling klasse 2 om de aanleg van een gescheiden riolering mogelijk te maken.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft voorwaardelijk gunstig advies
af aan de bestendige deputatie met volgende bijzondere voorwaarden:
● de exploitant dient maatregelen ter voorkoming van de droogte te voorkomen door maximaal in te zetten op infiltratie en hergebruik van het water. Er moet ten minste voorzien worden in een vergaarbak met de mogelijkheid tot het aftappen van water door een kraantje, dompelpomp of ander systeem wat kosteloos ter beschikking wordt gesteld aan de aangelanden;
● de exploitant die voor de aanvang van de werken een erkend boomdeskundige aan te stellen die samen met de exploitant voorziet in de nodige maatregelen om verdroging in de invloedszone te voorkomen. De boomdeskundige dient de gemeentelijke toezichthouders te voor en tijdens de werken op de hoogte te stellen van de situatie en de voorgestelde remediëringen. De exploitant dient deze nauwgezet uit te voeren;
● het bronbemalingssysteem dient uitgerust te worden met een vergaarbak met
zandvang en indien nodig ook met een systeem voor ontijzering;
● de exploitant voorziet in een monitoringssysteem op de waterkwaliteit op te volgen en zal desgevallend een bijkomende zuivering voorzien.
Artikel 3. Het college van burgemeester en schepenen beslist om geen gebruik te maken van haar hoorrecht tijdens de vergadering van de POVC.
Artikel 1. Het bestek met nr. 2026-041 en de raming voor de opdracht “boombeheer Bellevuedreef en Schildehof”, opgesteld door Grondgebiedzaken - Milieu worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt 55.900,00 euro excl. btw of 67.639,00 euro incl. 21% btw.
Artikel 2. Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Artikel 3. Volgende ondernemers worden uitgenodigd om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking:
● Brondel bv, Korte Doornikstraat 7 te 2000 Antwerpen;
● BERGEN B & D BVBA, Goorstraat 5 te 2970 Schilde;
● Verlinden Boombeheer, Varenlaan 11 te 2910 Essen; Landschap (studiebureel voor groen landschap), Kijkuitstraat 72 te 2920 Kalmthout;
● Landschap (studiebureel voor groen landschap), Kijkuitstraat 72 te 2920 Kalmthout;
● Bomenzorg Thys, Brasschaatsesteenweg 213 te 2920 Kalmthout;
● Natuurwerk, Steenweg op Tielen 70 te 2300 Turnhout;
● KRINKELS SA, Emile Pathéstraat 410 te 1190 Bruxelles;
● Schellekens Boomverzorging BV, Kwikaard 70 te 2980 Zoersel.
Artikel 4. De offertes dienen het bestuur ten laatste te bereiken op 10 juli 2026 om 10.00 uur.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026166) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026177) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026171) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026184) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026180) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026183) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026190) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026188) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
● de resterende bestaande bomen te behouden;
● voldoen aan de definitie van 'woonparkgebied' met name: het niet-bebouwbare gedeelte dient aangelegd te worden met hoogstammig groen (het bestaande moet bewaard worden). Het groen moet aangebracht worden langs alle zijden van het perceel, min de nodige toegangen. Slechts 10% van de perceelsoppervlakte mag ingenomen worden voor het aanleggen van grasperken, speelruimten, tennisvelden en dergelijke. De aanvrager voorziet op het inplantingsplan geen heraanplanting. Het perceel voldoet onvoldoende aan de woonparkdefinitie. Om die reden is een vervangende en een aanvullende heraanplanting noodzakelijk met minstens 1 inlandse hoogstammige loofboom of klimaatboom van eerste grootte plantmaat 10/12 en 2 nlandse hoogstammige loofbomen of klimaatbomen van tweede grootte plantmaat 8/10;
● de heraanplanting met bomen van eerste grootte moet bij voorkeur met een onderlinge plantafstand van minstens 8m. De heraanplanting mag niet uitgevoerd worden onder de kruinen van bestaande bomen. Voor de bomen van tweede grootte bij voorkeur een onderlinge plantafstand van 5m hanteren;
● de heraanplantingen moeten op minstens 2m plantafstand van de perceelsgrenzen uitgevoerd worden en moeten regelmatig verspreid worden over het gehele perceel;
● de aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt onder meer in: een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwaliteitsvol plantgoed, het gebruik van een steunpaal of wortelkluitverankering en indien nodig het aanbrengen van bescherming tegen wild- of veevraat. De nazorg, zoals het tijdig water geven, kan noodzakelijk zijn om de heraanplant de eerste groeiseizoenen te laten overleven;
● bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld of ingeboet. In ieder geval is de aanvrager ertoe gehouden om op zijn perceel de nieuwe heraangeplante bomen tot volle wasdom te brengen. Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart – 1 juli, namelijk het broedseizoen van vogels, moet de aanvrager er zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten (artikel 14 van het soortenbesluit) beschadigd, weggenomen of vernield worden.
● een waarborgfactuur te betalen van 450 euro ter garantie uitvoering heraanplantingswerken zoals eerder omschreven en voor het behoud in een goede gezondheid van alle te behouden bomen, behoud van de bos-parkstructuur en het toepassen van boombeschermingsmaatregelen.
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026195) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
● de resterende bestaande bomen, bos te behouden;
● voldoen aan de definitie van 'woonparkgebied' met name: het niet-bebouwbare gedeelte dient aangelegd te worden met hoogstammig groen (het bestaande moet bewaard worden). Het groen moet aangebracht worden langs alle zijden van het perceel, min de nodige toegangen. Slechts 10% van de perceelsoppervlakte mag ingenomen worden voor het aanleggen van grasperken, speelruimten, tennisvelden en dergelijke. De aanvrager voorziet op het inplantingsplan geen heraanplanting. Het perceel voldoet voldoende aan de woonparkdefinitie. Om die reden is een vervangende heraanplanting voldoende met 1 inlandse hoogstammige loofboom of klimaatboom van tweede grootte plantmaat 8/10;
● de heraanplanting met bomen van eerste grootte moet bij voorkeur met een onderlinge plantafstand van minstens 8m. De heraanplanting mag niet uitgevoerd worden onder de kruinen van bestaande bomen. Voor de bomen van tweede grootte bij voorkeur een onderlinge plantafstand van 5m hanteren;
● de heraanplantingen moeten op minstens 2m plantafstand van de perceelsgrenzen uitgevoerd worden en moeten regelmatig verspreid worden over het gehele perceel;
● de aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt onder meer in: een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwaliteitsvol plantgoed, het gebruik van een steunpaal of wortelkluitverankering en indien nodig het aanbrengen van bescherming tegen wild- of veevraat. De nazorg, zoals het tijdig water geven, kan noodzakelijk zijn om de heraanplant de eerste groeiseizoenen te laten overleven;
● bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld of ingeboet. In ieder geval is de aanvrager ertoe gehouden om op zijn perceel de nieuwe heraangeplante bomen tot volle wasdom te brengen. Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart – 1 juli, namelijk het broedseizoen van vogels, moet de aanvrager er zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten (artikel 14 van het soortenbesluit) beschadigd, weggenomen of vernield worden.
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het voorstel van IGEAN tot prijsaanpassing in de afvalinzameling en de wijziging in de ophaaldagen.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen beslist om aan IGEAN mee te delen dat ze akkoord zijn met de nieuwe prijszetting van 2% op de ophaalkosten en een aanpassing van de ophaaldagen, maar dat ze zich niet akkoord kunnen verklaren met de 3 % buffer op basis van de bijdrage van de gemeente voor huisvuil en GFT-ophaling, tenzij er een onderbouwde visie en plan is over de bestemming en de beperking van de buffer.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026199) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026206) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen geeft goedkeuring aan de toewijzing via spoedprocedure van de volgende kermisuitbaters met hun attracties:
● Danny Van Herck met zijn funhouse;
● Leo Renaut met zijn kikkerspel.
Artikel 2. De heer Leo Renaut krijgt een vast standplaats met abonnement toegewezen op de kleine kermis te 's-Gravenwezel.
Artikel 1. Inspecteur Claudia Bogaerts zal met haar collega's van de dienst preventie van de Lokale Politie Voorkempen een preventiestand gratis toegewezen krijgen voor een eenmalige standplaats op de wekelijkse markt te 's-Gravenwezel op 5 augustus 2026.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating aan Scilla voor de organisatie van hun evenement Scilluminata op zaterdag 17 oktober 2026 en het plaatsen van bewegwijzering mits rekening te houden met volgende voorwaarden:
● het aangevraagde parcours moet gevolgd worden;
● het parcours dient uitsluitend de openbare weg te volgen;
● de bewegwijzering mag niet aan bomen vastgenageld worden;
● de bewegwijzering mag de bestaande reguliere wegwijzers niet bedekken of onzichtbaar maken voor het verkeer;
● de bewegwijzering mag ten vroegste 1 dag voor de aanvang van het evenement opgehangen worden;
● de bewegwijzering moet onmiddellijk na het evenement verwijderd worden;
● aan de deelnemers moet een kaart met de route bezorgd worden, waarop ook aangegeven wordt dat ze het verkeersreglement dienen te respecteren;
● indien de bewegwijzering ook op het grondgebied van andere gemeenten wordt opgehangen, moet aan de desbetreffende gemeentebesturen ook toelating gevraagd worden om de pijlen op te hangen;
● er wordt aangeraden om de hinder in kaart te bekijken voor aanvang van het evenement;
● voorwaarden van Agentschap voor Natuur en Bos na te leven;
● geen afval achter te laten;
● indien de route op private eigendommen loopt dient ook toestemming gevraagd te worden aan de betreffende eigenaars;
● indien de toertocht door openbaar bos loopt dient ook toestemming gevraagd te worden bij ANB - Antwerpen, Aanspreekpunt Recreatief Medegebruik, Anna Bijnsgebouw, Lange Kievitstraat 111/113 bus 63, 2018 Antwerpen, tel. 03 224 62 62, e-mail: recreatie.ant.anb@vlaanderen.be.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen geeft toestemming aan de sportdienst van Schilde voor de organisatie van de Schil Urban Trail 2026 op 13 juni 2026 onder de volgende voorwaarden:
● opmaak intern noodplan;
● voorzien van een Eerste Hulp noodpost;
● opmaak intern noodplan, met inbegrip van alarmering, evacuatie, risicoanalyse, liggingsplan en inplantingsplan;
● EHBO-koffer (en minstens 2 personen die ermee kunnen werken en kennis hebben van BLS);
● strikte opvolging van fiches brandweer (oa: bereikbaarheid,...);
● er moet steeds een doorgang vrijgehouden worden van minstens 4m voor hulpdiensten;
● alle woningen moeten bereikbaar blijven voor hulpdiensten.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.