Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen keurt het verslag van de vergadering van 15 juni 2026 zonder opmerkingen goed.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen verleent goedkeuring aan de betaalloten voor een totaal bedrag van 138.625,45 euro.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de stand van zaken.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen beslist dat Flamey advocaten een beroep moet voorbereiden.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist om op dit moment geen maatregelen te nemen.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist om geen bijkomende maatregelen te nemen.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen beslist om de zebrapaden die niet aansluiten op een voetpad te herbekijken.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist om dit onderwerp te bespreken met het Agentschap van Wegen en Verkeer.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist om de inwoner te informeren over het negatieve antwoord van het Agentschap van Wegen en Verkeer om bijkomende borden C11 te plaatsen.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist om niet akkoord te gaan met het plaatsen van borden met de aanduiding van 70 km per uur.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist om de inwoner door te verwijzen naar het Agentschap van Wegen en Verkeer.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist om de inwoner de contactgegevens van het Agentschap van Wegen en Verkeer te bezorgen.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist om de twee parkeerplaatsen aan het zebrapad ter hoogte van de kruising van de Schoolstraat met de Dorpsstraat niet te schrappen.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft interesse in de aankoop van de eigendom gelegen aan de Karekiet 48 met de kadastrale gegevens afdeling 1, sectie A, 471S2 aan de maximum prijs van 35 eur per m2, dit ongeacht het schattingsverslag.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen stelt een beëdigd schatter aan om het schattingsverslag op te stellen.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026151) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026145) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
● het gebouw dient enkel als eengezinswoning te worden aangewend;
● voor de afbraak van de gebouwen dient de bouwheer te beschikken over een attest voor het buitengebruik stellen van de gas- en elektriciteitsleidingen van desbetreffende maatschappijen;
● het niet-bebouwbare gedeelte moet aangelegd worden met hoogstammig groen (het bestaande moet bewaard worden). Het groen moet aangebracht worden langs alle zijden van het perceel, min de nodige toegangen. Slechts 10% van de perceelsoppervlakte mag ingenomen worden voor het aanleggen van grasperken, speelruimten, tennisvelden en dergelijke;
● de vestiging van de maatschappelijke zetel van een onderneming of de uitoefening van een vrij beroep, voor zover geen afbreuk wordt gedaan aan het residentiële karakter van het gebouw; winkels, ambachtelijke ondernemingen en nijverheidsactiviteiten zijn niet toegelaten;
● het hemelwater dient te worden opgevangen in (een) regenwaterput(ten) met een totale inhoud van minimum 7.500 liter. Het regenwater moet hergebruikt worden met minimum 1 aftappunt. De overloop van de put moet worden aangesloten aan een infiltratievoorziening met een buffervolume van minimum 5.478,33 liter en een infiltratieoppervlakte van 13,28m² zodat aan de verordening voldaan wordt;
● het zwembadwater mag niet ongezuiverd geloosd worden in riool, grachten, oppervlaktewaters, grondwater. Onder alle omstandigheden de geldende wettelijke lozingsnormen respecteren;
● het advies van de gemeentelijke themaconsulent natuur en groen naleven;
● het advies van Pidpa-Riolering naleven;
● het advies van Departement Leefmilieu Dienst Waterbeleid naleven.
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het beroep ingesteld bij de deputatie.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen is van oordeel dat het voorziene bijgebouw de toetsing aan de goede ruimtelijke ordening niet doorstaat. Bijgevolg blijft het college van burgemeester en schepenen bij zijn standpunt zoals ingenomen bij de aflevering van de gedeeltelijk voorwaardelijk vergund op 13 april 2026.
Artikel 3. Het college van burgemeester en schepenen beslist om een gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies over te maken aan de deputatie.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van voormelde hoorzitting op 30 juni 2026 en beslist hiervoor niemand af te vaardigen.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2025632) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de gedeeltelijk voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_202613) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
● het gebouw dient enkel als eengezinswoning te worden aangewend;
● het niet-bebouwbare gedeelte moet aangelegd worden met hoogstammig groen (het bestaande moet bewaard worden). Het groen moet aangebracht worden langs alle zijden van het perceel, min de nodige toegangen. Slechts 10% van de perceelsoppervlakte mag ingenomen worden voor het aanleggen van grasperken, speelruimten, tennisvelden en dergelijke;
● de vestiging van de maatschappelijke zetel van een onderneming of de uitoefening van een vrij beroep, voor zover geen afbreuk wordt gedaan aan het residentiële karakter van het gebouw; winkels, ambachtelijke ondernemingen en nijverheidsactiviteiten zijn niet toegelaten;
● het advies van de gemeentelijke themaconsulent natuur en groen naleven;
● het advies van Departement Leefmilieu Dienst Waterbeleid naleven.
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2025639) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
● het advies van het Agentschap voor Wegen en Verkeer naleven;
● het advies van de brandweer Malle naleven;
● het advies van Proximus naleven;
● het advies van de gemeentelijke themaconsulent mobiliteit naleven;
● het advies van de gemeentelijke themaconsulent woonbeleid naleven;
● het advies van Pidpa naleven;
● het advies van Pidpa-Riolering naleven;
● het advies van Fluvius System Operator naleven;
● het advies van toegankelijk Vlaanderen naleven;
● het advies van Telenet naleven;
● het advies van Vlaamse Milieumaatschappij grondwater Antwerpen naleven;
● het advies van Vlaamse Milieumaatschappij afval en lucht naleven;
● Financiële stedenbouwkundige last:
○ Overeenkomstig artikel 6 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake lasten bij omgevingsvergunningen wordt aan de vergunning een financiële stedenbouwkundige last opgelegd. Aangezien de aanvraag betrekking heeft op 21 wooneenheden, bedraagt de financiële stedenbouwkundige last 21 x 2.500 euro = 52.500 euro, te indexeren overeenkomstig de bepalingen van de verordening. Deze last maakt integraal deel uit van de vergunningsvoorwaarden en dient volledig betaald te zijn vóór de aanvang van de vergunde werken.
Artikel 4. Het college van burgemeester en schepenen neemt akte van de melding van Xenos met inrichtingsnummer 2025146896 voor de exploitatie van:
● 3.8.1°a): lozen van 2 061 m³/dag bemalingswater met een verhoogde lozingsnorm van 10 maal het indelingscriterium (IC) voor arseen en zink.
Het college van burgemeester en schepenen vergund aan Xenos met inrichtingsnummer 2025146896 voor de exploitatie van:
● 53.2.2°b): bemaling met een debiet van 162 644 m³ over 160 kalenderdagen met een gemiddeld dagdebiet van 1017 m³/dag en een maximum dagdebiet; van 1989 m³/dag.
● De aktename en de vergunning zijn afhankelijk van de strikte naleving van de volgende milieuvoorwaarden:
○ De algemene milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
hoofdstukken 4.1, 4.7 eb 4.9 | Algemene milieuvoorwaarden - algemeen |
hoofdstuk 4.5 met bijlagen 2.2.1, 2.2.2., 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.4.4., 4.4.5, 4.4.6, 4.4.7.1 en 4.4.7.2 | Algemene milieuvoorwaarden - geluid |
hoofdstukken 4.4 en 4.10 met bijlagen 4.4.1, 4.4.2, 4.4.3, 4.4.4, 4.4.5, 4.4.6, 4.4.7.1 en 4.4.7.2 | Algemene milieuvoorwaarden - lucht |
hoofdstuk 4.6 | Algemene milieuvoorwaarden - licht |
hoofdstuk 4.2 met bijlagen 2.3.1, 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4 | Algemene milieuvoorwaarden - oppervlaktewater |
○ De sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
hoofdstuk 5.3 en hoofdstuk 5.53.
○ De bijzondere voorwaarden:
De exploitant dient volgende bijzondere maatregelen te nemen:
■ De exploitant stelt na het bekomen van de definitieve omgevingsvergunning zowel een erkend bodemdeskundige als een ETW-boomverzorger aan.
■ De exploitant zal de toezichthoudende overheid via handhaving@schilde.be minimum 3 weken voor de aanvang van de werken de geplande startdatum meedelen. Tevens zal deze de coördinaten van de aangestelde ETW-boomverzorger meedelen en de aangestelde erkende bodemdeskundige.
■ De bodemdeskundige staat in voor monitoring van het grondwaterpeil, het geloosde debiet alsook de kwaliteit van het geloosde bemalingswater. Indien het bemalingswater waarden vertoont boven de geldende lozingsnormen zal deze de nodige maatregelen (waterzuivering) opleggen zodat de normen te allen tijde kunnen gerespecteerd worden. De exploitant is ertoe gehouden deze maatregelen onmiddellijk te doen uitvoeren, indien niet meldt deze dit aan de toezichthoudende overheid.
■ De bodemdeskundige zal samen met de ETW boomverzorger bepalen waar er bijkomende peilbuizen moeten voorzien worden voor het monitoren van het habitatgebied en de BWK-zone.
■ Deze boomverzorger staat voor de bescherming van het habitatgebied en de BWK-zone tegen mogelijke verdroging. De boomverzorger mag de nodige maatregelen opleggen aan de exploitant. Bij de bevloeiing dient minimum rekening gehouden te worden met de intensiteit en het type bevloeiing en met het wortelgestel van iedere boom (diep of ondiep wortelend). Het bevloeiingswater dient ontijzerd te worden en op omgevingstemperatuur te worden gebracht voor de bevloeiing. De exploitant is ertoe gehouden om, indien de ETW-boomverzorger bepaalt dat bijkomende maatregelen moeten genomen worden om de natuurwaarde of het bomenbestand niet te schaden, deze onmiddellijk na te leven. Indien de exploitant dit nalaat dient de boomverzorger dit te melden aan de toezichthoudende overheid.
■ De bodemdeskundige staat tevens in voor het plaatsen van een peilbuis voor de aanvang van de bemaling zodat de initiële grondwaterstand kan opgemeten worden;
● het plaatsen van een peilbuis in de bouwput, ter hoogte van de diepst geplande uitgravingen. Eventueel kan deze ook gebruikt worden om de initiële grondwaterstand te meten;
● het plaatsen van een bijkomende peilbuis, bv. aan de rand van de bouwput, van zodra blijkt of geoordeeld wordt dat de centrale peilbuis niet behouden kan blijven gedurende de volledige duur van de bemaling. Er moet een correlatie uitgevoerd zijn tussen de metingen uitgevoerd in de peilbuis aan de rand ten opzichte van de metingen uitgevoerd in de centrale peilbuis en dit vooraleer de centrale peilbuis verwijderd wordt;
● het regelmatig uitvoeren van de metingen in de voorziene peilbuizen en registratie ervan in een logboek, dat te allen tijde aanwezig is op de werf: dagelijkse metingen bij opstart van de bemaling en overgaand naar een lagere frequentie in functie van het verloop van de bemaling;
■ De exploitant dient te voorzien in een sonde-gestuurde bronbemaling zodat het pompdebiet zich automatisch aanpast op het vooraf ingestelde waterpeil en het aldus ook niet kan overschrijden. Onder geen beding mag de grondwatertafel meer dan 4,95 meter onder het maaiveld dalen bij de constructie van de liftputten en onder de 4,18 meter bij de constructie van de kelderverdieping. De grondwaterstand dient gradueel naar omhoog worden gebracht naarmate de voortgang van de werf.
● het plaatsen van de nodige debietmeters, conform de vigerende wetgeving minimaal wekelijkse controle van de goede werking ervan en registratie van de debieten in een logboek dat te allen tijde aanwezig is op de werf in het kader van handhaving.
■ De plaatsing en verificatie van de werking en registratie van de debietmeters moet gebeuren door een VLAREL-erkend boorbedrijf. De exploitant bezorgt het ijkingsattest en de debietmeterstanden daags na de opstart van de bronbemaling.
■ Een nauw opgevolgde monitoring door de exploitant van het debiet en grondwaterpeil is een vereiste gedurende de bemaling. Dit omvat ondermeer:
● het bijhouden van een logboek op de werf met grondwaterpeilen en opgepompte debieten;
● de correcte opstelling van debietmeter(s);
● Voor de aanvang van de exploitatie voorzien in de plaatsing van één of meerdere peilbuizen in en rond de bouwput. De plaatsing dient te gebeuren conform de geldende wettelijke bepalingen / best beschikbare technieken. De exploitant dient ook te voorzien in het nodige materiaal waarmee het grondwaterpeil kan gemonitord worden.
■ De exploitant dient er over te waken dat het geloosde bronbemalingswater altijd voldoet aan de geldende lozingsnormen. Hij zal hiervoor in de week van de opstart op wettelijke wijze een waterstaal van het bemalingswater laten onderzoeken en dit maandelijks herhalen.
● Voor retour/infiltratie van het bemalingswater (bv. via infiltratiebekken of gracht) moet de kwaliteit van het water voldoen aan de milieukwaliteitsnorm voor grondwater, zoals opgenomen in bijlage 2.4.1 in Vlarem II. Indien er geen milieukwaliteitsnorm voor een bepaalde parameter is gedefinieerd, moet voldaan zijn aan de richtwaarde voor grondwater, zoals vermeld in bijlage II van het VLAREBO. Indien noch een milieukwaliteitsnorm, noch een richtwaarde beschikbaar zijn, dient voldaan te worden aan de rapportagegrens compendium WAC.
● Zodra voor één van de parameters de geldende norm overschreden wordt, is retour of infiltratie niet toegelaten.
● Voor lozing van het bemalingswater op oppervlaktewater of in de riolering moet de kwaliteit van het water voldoen aan de milieukwaliteitsnormen (indelingscriterium [IC] gevaarlijke stoffen), zoals vermeld in bijlage 2.3.1 in Vlarem II. Als er geen IC voor een bepaalde parameter is gedefinieerd, dan moet voldaan zijn aan de rapportagegrens, zoals vermeld in bijlage 4.2.5.2 art. 4 van Vlarem II.
● Zodra de normen voor bepaalde parameters overschreden worden, wordt het lozingswater beschouwd als verontreinigd bedrijfsafvalwater en is mogelijks een waterzuiveringsinstallatie vereist. In functie hiervan zijn mogelijk bijkomende rubrieken (3.4 [verhoogde lozingsnormen] en/of 3.6 [waterzuiveringsinstallatie]) ter vergunning aan te vragen.
■ Het bronbemalingssysteem dient uitgerust te worden met een vergaarbak met zandvang en indien nodig ook met een systeem voor ontijzering. De vergaarbak moet de mogelijkheid bieden voor het aftappen van water door een dompelpomp of ander systeem. De exploitant dient zelf te voorzien in een dompelpomp of ander systeem en voldoende afvoerslangen om het opgepompte water maximaal op het perceel zelf te infiltreren.
■ De bewoners/eigenaars van percelen die liggen in de invloedssfeer van de bronbemaling, moeten op eenvoudig verzoek en kosteloos ook gebruik kunnen maken van dit systeem. Het aftappunt moet door de exploitant voorzien worden met een opschrift “gratis grondwater” en volgende waarschuwingen:
● gebruik op eigen risico;
● dit is niet-drinkbaar water (met symbool);
● er is geen garantie dat dit water aan de veiligheidsnormen voor bv. dierenwelzijn of voedselveiligheid voldoet;
● kan ijzer bevatten dat wanneer het in contact komt met lucht voor een bruine verkleuring zorgt.
■ De exploitant dient het water dat niet kan infiltreren in de bodem te lozen in een baangracht of oppervlaktewater. Hij dient hiervoor voorafgaandelijk advies en desgevallend ook toelating aan te vragen bij de beheerder van de gracht of waterloop. Dit zijn o.a. de dienst Integraal Waterbeleid van de provincie Antwerpen diw@provincieantwerpen.be en de administratie Wegen en Verkeer.
■ De exploitant wordt erop gewezen dat het bestaande grachtenstelsel door weersomstandigheden of onvoorziene verstoppingen mogelijks niet zal volstaan voor de berging van het opgepompte water. De exploitant waakt er gedurende de ganse exploitatie over dat de infiltratie of lozing geen wateroverlast of schade veroorzaakt bij derden. Hij neemt voor eigen rekening al de nodige wettelijke maatregelen om wateroverlast of schade ten gevolge van de bronbemaling te vermijden.
■ Bij eventuele schade aan de oever van de gracht of waterloop dient deze hersteld te worden in oorspronkelijke toestand.
Artikel 5. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het beroep ingesteld bij de deputatie.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen is van oordeel dat de uitbreiding aan de woning de planologische toetst alsook de toetsing aan de goede ruimtelijke ordening niet doorstaat. Bijgevolg blijft het college van burgemeester en schepenen bij zijn standpunt zoals ingenomen bij de aflevering van de weigering op 13 april 2026.
Artikel 3. Het college van burgemeester en schepenen beslist om een ongunstig advies over te maken aan de deputatie.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026164) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen keurt het aanvraagdossier vermindering SIP met alle bijlagen goed en geeft opdracht aan de administratie om deze tijdig en conform de richtlijnen in te dienen bij Wonen in Vlaanderen.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen keurt de geactualiseerde inventaris gronden van het actieprogramma (gemeente, Vlaams, Federaal en Semi-publiek) mits een aantal bijkomende inlichtingen goed.
Artikel 3. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het actieprogramma en beslist deze voor te leggen op de gemeenteraad van 18 augustus 2026. De administratie dient de beslissing van de gemeenteraad aangetekend op te sturen naar Wonen in Vlaanderen.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen geeft toestemming tot terugbetaling van de waarborgfactuur van de omgevingsvergunning VB 2025/204 voor het volledige bedrag van 1500 euro aan Van Meel, Bosduifdreef 8, Schilde.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen geeft toestemming tot vrijgave van de bankwaarborg van de omgevingsvergunning OMG 2020/704 voor het volledige bedrag van 3000 euro aan Bram Das Molenakker 62, Schilde.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen geeft toestemming tot terugbetaling van de waarborgfactuur van de omgevingsvergunning VB 2025/521 voor het volledige bedrag van 1500 euro aan Vanden Abeel, Zandhovensebaan 51, Schilde.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026203) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026205) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
● de resterende bestaande bomen, bos te behouden;
● voldoen aan de definitie van 'woonparkgebied' met name: het niet-bebouwbare gedeelte dient aangelegd te worden met hoogstammig groen (het bestaande moet bewaard worden). Het groen moet aangebracht worden langs alle zijden van het perceel, min de nodige toegangen. Slechts 10% van de perceelsoppervlakte mag ingenomen worden voor het aanleggen van grasperken, speelruimten, tennisvelden en dergelijke. De aanvrager voorziet op het inplantingsplan geen heraanplanting. Het perceel voldoet onvoldoende aan de woonparkdefinitie. Om die reden is een vervangende heraanplanting noodzakelijk met minstens 3 inlandse hoogstammige loofbomen of klimaatbomen van eerste grootte plantmaat 10/12 en 3 inlandse hoogstammige loofbomen of klimaatbomen van tweede grootte plantmaat 8/10;
● de heraanplanting met bomen van eerste grootte moet bij voorkeur met een onderlinge plantafstand van minstens 8m. De heraanplanting mag niet uitgevoerd worden onder de kruinen van bestaande bomen. Voor de bomen van tweede grootte bij voorkeur een onderlinge plantafstand van 5m hanteren;
● de heraanplantingen moeten op minstens 2m plantafstand van de perceelsgrenzen uitgevoerd worden en moeten regelmatig verspreid worden over het gehele perceel;
● de aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt onder meer in: een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwaliteitsvol plantgoed, het gebruik van een steunpaal of wortelkluitverankering en indien nodig het aanbrengen van bescherming tegen wild- of veevraat. De nazorg, zoals het tijdig water geven, kan noodzakelijk zijn om de heraanplant de eerste groeiseizoenen te laten overleven;
● bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld of ingeboet. In ieder geval is de aanvrager ertoe gehouden om op zijn perceel de nieuwe heraangeplante bomen tot volle wasdom te brengen. Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart – 1 juli, namelijk het broedseizoen van vogels, moet de aanvrager er zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten (artikel 14 van het soortenbesluit) beschadigd, weggenomen of vernield worden;
● een waarborgfactuur te betalen van 900 euro ter garantie uitvoering heraanplantingswerken zoals eerder omschreven en voor het behoud in een goede gezondheid van alle te behouden bomen, behoud van de bos-parkstructuur en het toepassen van boombeschermingsmaatregelen.
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026209) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen geeft toestemming tot terugbetaling van de waarborgfactuur van de omgevingsvergunning VB 2026/7 voor het volledige bedrag van 3000 euro aan Vereeck Drijhoekdreef 34, Schilde.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026210) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026178) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de gedeeltelijk voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026224) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
● de resterende bestaande bomen, bos te behouden;
● de groene gemeentelijke uitstraling herstellen of versterken door het uitvoeren van een heraanplanting met minstens 1 zomer- of wintereik of beuk plantmaat 10/12 en 1 inlandse hoogstammige loofboom of klimaatboom van tweede grootte, plantmaat 8/10;
● de heraanplanting met bomen van eerste grootte moet bij voorkeur met een onderlinge plantafstand van minstens 8m. De heraanplanting mag niet uitgevoerd worden onder de kruinen van bestaande bomen. Voor de bomen van tweede grootte bij voorkeur een onderlinge plantafstand van 5m hanteren;
● de heraanplantingen moeten op minstens 2m plantafstand van de perceelsgrenzen uitgevoerd worden en moeten regelmatig verspreid worden over het gehele perceel;
● de aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt onder meer in: een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwaliteitsvol plantgoed, het gebruik van een steunpaal of wortelkluitverankering en indien nodig het aanbrengen van bescherming tegen wild- of veevraat. De nazorg, zoals het tijdig water geven, kan noodzakelijk zijn om de heraanplant de eerste groeiseizoenen te laten overleven;
● bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld of ingeboet. In ieder geval is de aanvrager ertoe gehouden om op zijn perceel de nieuwe heraangeplante bomen tot volle wasdom te brengen. Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart – 1 juli, namelijk het broedseizoen van vogels, moet de aanvrager er zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten (artikel 14 van het soortenbesluit) beschadigd, weggenomen of vernield worden;
● een waarborgfactuur te betalen van 1000 euro ter garantie uitvoering heraanplantingswerken zoals eerder omschreven en voor het behoud in een goede gezondheid van alle te behouden bomen, bos.
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het bestek met nr. 2026-022/TDU en de raming voor de opdracht “Leveren en monteren van een vrachtwagenkraan” worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten.
Artikel 2. Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Artikel 1. Volgende personen krijgen via spoedprocedure op Steenwegkermis te Schilde een standplaats toegewezen voor de duur van de kermis:
● Annick Borgmans met haar kikkerspel;
● Lieselore Debacker met haar autoscooter;
● De firma GDG met hun kinderbuggy.
Artikel 1. Goedkeuring wordt verleend aan het verslag van nazicht van de offertes van 12 juni 2026, opgesteld door de Technische dienst Uitvoeringen.
Artikel 2. Het verslag van nazicht van de offertes als bijlage maakt integraal deel uit van deze beslissing.
Artikel 3. De basisopdracht wordt gegund aan de economisch meest voordelige bieder (op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding), zijnde Denolf Bomen BVBA, Groenstraat 16 te 2560 Nijlen tegen het nagerekende en verbeterde offertebedrag van 28.000,00 euro excl. btw of 33.880,00 euro incl. 21% btw.
De verlenging wordt gegund tegen dezelfde voorwaarden als de basisopdracht.
Artikel 4. De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek met nr. 2026-018/TDU.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de vraag van de leden van de seniorenraad om verdere juridische of politionele stappen te ondernemen.
Artikel 2. Het college en burgemeester en schepenen beslist om geen juridische of politionele stappen ondernemen.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist deel te nemen aan de Week van de Duurzame Gemeente van 18 tot 25 september 2026.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen beslist de lokale Duurzame Helden te huldigen op 25 september 2026.
Het punt wordt verdaagd.
Het punt wordt verdaagd.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating aan Annemie Ruys om de Epicialaan in te richten als speelstraat van 13 juli 2026 tot 26 juli 2026.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating aan de Koninklijke Wieler-en Atletiekclub "Wezel Sportief" 's-Gravenwezel voor de organisatie van een wielerwedstrijd op 16 augustus 2026 mits rekening te houden met volgende voorwaarden:
● voldoende signaalgevers voorzien om de veiligheid van de deelnemers, de bezoekers en de verkeersdeelnemers te garanderen;
● duidelijke signalisatie te voorzien inzake de voorziene wegomlegging met oog op continue vlotte verkeersdoorstroming;
● overeenkomstig artikel 17 van het Koninklijk besluit wielrennen van 28 juni 2019 moet de volgende inzet voorzien worden voor de wielerwedstrijd:
○ 1 ziekenwagen (112/DGH);
○ hulppost aan de finish.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen verleent geen toelating aan Persy Louis voor de organisatie van een rommelmarkt op de parking naast Brasserie MaNo.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.