Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen keurt het verslag van de vergadering van 20 juli 2026 zonder opmerkingen goed. Christian Hazard onthoudt zich.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen verleent goedkeuring aan de betaalloten voor een totaal bedrag van 741.385,65 euro.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de organisatie van de 11-Novemberviering 2026 als volgt:
● 9.45 uur: voordracht 2 gedichten Heemkring De Drie Rozen
● 10.00 uur bloemenhulde aan het monument van de gesneuvelden aan de Sint-Catharinakerk te 's-Gravenwezel;
● 11 uur eucharistieviering in de Sint-Guibertuskerk te Schilde opgeluisterd door heemkring Scilla en harmonie Takjes worden Boomen;
● bloemenhulde op het kerkhof aan de graven van de gesneuvelden en burgerlijke slachtoffers;
● aansluitend een koffietafel, voorzien in de grote zaal van Werf 44.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen beslist dat de dienst der werken/poetsdienst en de conciërge van Werf 44 zorgen voor de logistieke ondersteuning.
Artikel 3. Aan politie Voorkempen wordt gevraagd om assistentie te verlenen bij de kransleggingen.
Artikel 1. Goedkeuring wordt verleend aan het verslag van nazicht van de offertes van 13 juli 2026.
Artikel 2. Het verslag van nazicht van de offertes als bijlage maakt integraal deel uit van deze beslissing.
Artikel 3. De basisopdracht wordt gegund aan de economisch meest voordelige bieder (op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding), zijnde De Groote Gaston, Ambachtsweg 19-21 te 9820 Merelbeke tegen de onderhandelde eenheidsprijzen van deze inschrijver: het bestelbedrag wordt beperkt tot 33.057,85 euro excl. btw of 40.000,00 euro incl. 21% btw.
De uitvoeringstermijn voor de individuele afroepen wordt vastgesteld op 5 werkdagen.
De verlengingen worden gegund tegen dezelfde voorwaarden als de basisopdracht.
Artikel 4. De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek met nr. 2026-019/TDU.
Artikel 1. Goedkeuring wordt verleend aan het verslag van nazicht van de offertes van 9 juli 2026.
Artikel 2. Het verslag van nazicht van de offertes als bijlage maakt integraal deel uit van deze beslissing.
Artikel 3. De opdracht “Ontgravingen begraafplaats Schilde” wordt gegund aan de firma met de enige offerte (op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding), zijnde Buytaert BVBA, Hogenakkerhoekstraat 3 te 9150 Kruibeke tegen het nagerekende offertebedrag van 19.500,00 euro excl. btw of 23.595,00 euro incl. 21% btw.
De uitvoeringstermijn wordt vastgesteld op 10 werkdagen.
Artikel 4. De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek met nr. 2026-020/TDU.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist op 25 september 2026 van 15 uur tot en met 24 uur volgende maatregelen in te voeren:
● het afsluiten van de Turnhoutsebaan (N12) tussen de van de Wervelaan en de Liersebaan;
● het afsluiten van de Schoolstraat tussen de Turnhoutsebaan (N12) en de Eugeen Dierckxlaan;
● het afsluiten van de Brasschaatsebaan (N121) tussen de Turnhoutsebaan (N12) en de Rijsblokparking;
● het verbieden van het verkeer op laterale weg van de Turnhoutsebaan in de richting van de Kluisdreef naar de Vloeyenbergdreef;
● het verbieden van linksaf te slaan vanuit de Turnhoutsebaan (N12) ter hoogte van de Vloeyenbergdreef.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen beslist om de maatregelen opgelegd in artikel 1 ter kennis te brengen met verkeersborden C3, C31a en C1. Deze bepaling is niet van toepassing voor de voertuigen van de hulpdiensten zoals ziekenwagens, brandweerwagens en politievoertuigen.
Artikel 3. Het college van burgemeester en schepenen beslist om een parkeerverbod in te stellen op 25 september 2026 op:
● de Turnhoutsebaan (N12) tussen de van de Wervelaan en de Liersebaan;
● de Schoolstraat, de Puttenhoflaan en Oelegemsteenweg tussen de Turnhoutsebaan (N12) en de Liersebaan;
● de Brasschaatsebaan (N121) tussen de Turnhoutsebaan (N12) en de Rijsblokparking;
● de van de Wervelaan ter hoogte van de parkings van de handelszaken gelegen te Turnhoutsebaan (N12) huisnummer 156 en huisnummer 158;
● dit wordt aangeduid door de verkeersborden E3.
Artikel 4. Het college van burgemeester en schepenen beslist om een parkeerverbod in te stellen van 24 september 2026 tot en met 26 september 2026 op de Rijsblokparking, aangeduid door de verkeersborden E3.
Artikel 5. Het college van burgemeester en schepenen beslist op 25 september 2026 het verkeer om te leiden via volgende route:
● het verkeer op de Turnhoutsebaan (N12) en in de Schoolstraat wordt omgeleid via de Liersebaan, Oelegemsteenweg, Puttenhoflaan, Schoolstraat en de van de Wervelaan;
● het verkeer op de Brasschaatsebaan (N121) en het verkeer vanuit de Turnhoutsebaan (N12) richting ’s-Gravenwezel wordt omgeleid via de Missionarislei en de Kluisdreef;
● het verkeer vanuit de Vloeyenbergdreef richting de Turnhoutsebaan (N12) wordt afgeleid via de laterale weg van de Turnhoutsebaan (N12), richting de Kluisdreef.
Artikel 6. Het college van burgemeester en schepenen beslist om op 25 september 2026 de busroute van De Lijn om te leiden via de Oelegemsteenweg en Brasschaatsebaan (N121) via volgende route:
● de Oelegemsteenweg;
● de Puttenhoflaan;
● de Schoolstraat;
● de van de Wervelaan;
● de Vloeyenbergdreef;
● de Missionarislei;
● de Brasschaatsebaan (N121).
Artikel 7. Het college van burgemeester en schepenen beslist om de omleidingswegen opgelegd in artikel 5 en 6 voorrang te geven ten opzichte van alle zijstraten, behalve op de rotondes, aangeduid door de verkeersborden B1, B5, B15 en C31.
Artikel 8. Afschrift van huidig besluit wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en overgemaakt aan het loket lokaal bestuur.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist op 25 september 2026 van 24 uur tot en met 26 september 2026 om 3 uur volgende maatregelen naar aanleiding van de opkuis van Schilde Feest in te voeren:
● het afsluiten van de Turnhoutsebaan (N12) tussen de van de Wervelaan en de Liersebaan;
● het afsluiten van de Schoolstraat tussen de Turnhoutsebaan (N12) en de Eugeen Dierckxlaan;
● het afsluiten van de Brasschaatsebaan (N121) tussen de Turnhoutsebaan (N12) en de Rijsblokparking;
● het verbieden van het verkeer op laterale weg van de Turnhoutsebaan in de richting van de Kluisdreef naar de Vloeyenbergdreef;
● het verbieden van linksaf te slaan vanuit de Turnhoutsebaan (N12) ter hoogte van de Vloeyenbergdreef.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen beslist om de maatregelen opgelegd
in artikel 1 ter kennis te brengen met verkeersborden C3, C31a en C1. Deze bepaling is niet
van toepassing voor de voertuigen van de hulpdiensten zoals ziekenwagens,
brandweerwagens en politievoertuigen.
Artikel 3. Het college van burgemeester en schepenen beslist om de maatregelen opgelegd in artikel 3 tot en met artikel 7 in de tijdelijke verordening inzake politie op het wegverkeer naar aanleiding van Schilde Feest op 25 september 2026 te laten verder lopen tot einde van de opkuis van het evenement op 26 september 2026.
Artikel 4. Afschrift van huidig besluit wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en overgemaakt aan het loket lokaal bestuur.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist de Vennebosstraat tussen de Hoevedreef en de Kasteeldreef af te sluiten van 29 augustus 2026 tot en met 30 augustus 2026.
Artikel 2. Deze maatregel wordt ter kennis gebracht met verkeersborden C3. Deze bepaling is niet van toepassing voor de voertuigen van de hulpdiensten zoals ziekenwagens, brandweerwagens en politievoertuigen.
Artikel 3. Afschrift van huidig besluit wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en overgemaakt aan het loket lokaal bestuur.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist de Goorstraatsevelden, Leeuwkensweg en de Putseheide af te sluiten op 26 september 2026.
Artikel 2. Deze maatregel wordt ter kennis gebracht met verkeersborden C3. Deze bepaling is niet van toepassing voor de voertuigen van de hulpdiensten zoals ziekenwagens, brandweerwagens en politievoertuigen.
Artikel 3. Afschrift van huidig besluit wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en overgemaakt aan het loket lokaal bestuur.
Artikel 1. Goedkeuring wordt verleend aan vorderingsstaat 13 van BODEN, Duiventorenstraat 16 te 2910 Essen voor de opdracht “Heraanleg voetpaden en fietspaden en herinrichting schoolomgevingen” voor een bedrag van 187.314,90 euro excl. btw of 226.651,03 euro incl. 21% btw, waardoor de werken een bedrag bereiken van 737.431,16 euro excl. btw of 892.291,70 euro incl. 21% btw.
Artikel 2. De betaling zal gebeuren met het krediet ingeschreven in het investeringsbudget van 2026.
Artikel 3. De factuur en de vorderingsstaat worden voor betaling overgemaakt aan de financiële dienst.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist de ontwerpakte voor te leggen aan de gemeenteraad van 18 augustus 2026.
Artikel 1. Goedkeuring wordt verleend aan de eindstaat van AABIK, Ter Stratenweg 7A te 2520 Ranst voor de opdracht “Afbraak gebouwen”, waarin het eindtotaal wordt vastgesteld op 138.539,92 euro excl. btw of 167.633,30 euro incl. 21% btw en waarvan nog 28.158,02 euro excl. btw of 34.071,20 euro incl. 21% btw moet betaald worden.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist de overeenkomst tussen Gemeente Schilde en Rode Kruis Schilde goed te keuren.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen beslist om de kleine aanpassingen aan het Warme Williamshuis uit te voeren zodat het Rode Kruis hier ondergebracht kan worden.
Artikel 3. Het college van burgemeester en schepenen beslist om de opties te verkennen om een vergoeding te vragen aan het Rode Kruis ter compensatie van de nutsvoorzieningen vanaf het Rode Kruis naar zijn definitieve locatie in de veiligheidssite verhuist.
Artikel 4. Het college van burgemeester en schepenen beslist om assistentie in de verhuisbeweging te voorzien als het Rode Kruis zelf zoveel mogelijk vrijwilligers vraagt en wanneer dit inpasbaar is binnen de planning van dienst der werken.
Artikel 5.Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de vraag van het Rode Kruis voor een voertuigstalling en beslist de mogelijkheid te onderzoeken.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist de opzeg te geven aan Oxfam Wereldwinkel vzw.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen beslist de aangetekende brief goed te keuren.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist de ontwerpakte voor te leggen aan de gemeenteraad van 18 augustus 2026.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de ingediende aanvraag voor een éénlotsverkaveling voor een vrijstaande ééngezinswoning als hoofd- of
weekendverblijf aan de Rinkvenlaan 9.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen beslist het dossier over te maken aan de gemeenteraad om een beslissing te nemen over de zaak van de wegen.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026174) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026168) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
● het hemelwater dient te worden opgevangen in (een) regenwaterput(ten) met een totale inhoud van minimum 34.945 liter. Het regenwater moet hergebruikt worden met minimum 1 aftappunt. De overloop van de put moet worden aangesloten aan een infiltratievoorziening met een buffervolume van minimum 10.541,85 liter en een infiltratieoppervlakte van 25,556m² zodat aan de verordening voldaan wordt;
● het advies van de gemeentelijke themaconsulent natuur en groen naleven;
● het advies van Pidpa-Riolering naleven.
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026163) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke stedenbouwkundig ambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen verleent positief stedenbouwkundig attest aan Leaticia Coninckxs voor het bouwen van een ééngezinswoning in Kotsbosweg zn, afdeling 1 sectie A nummers 108 W6 onder volgende voorwaarden:
● het advies van het Agentschap voor Natuur en Bos naleven;
● het advies van de dienst Integraal Waterbeleid naleven;
● het advies van Fluvius naleven;
● het advies van de gemeentelijke themaconsulent natuur en groen naleven;
● het advies van de gemeentelijke themaconsulent woonbeleid naleven;
● het advies van Pidpa naleven;
● het advies van Pidpa-Riolering naleven.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het beroep ingesteld bij de deputatie.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen is van oordeel dat de aanvraag zowel de planologische toets alsook de toetsing aan de goede ruimtelijke ordening doorstaat. Bijgevolg blijft het college van burgemeester en schepenen bij zijn standpunt zoals ingenomen bij de aflevering van de voorwaardelijk vergund op 1 juni 2026.
Artikel 3. Het college van burgemeester en schepenen beslist om een voorwaardelijk gunstig advies over te maken aan de deputatie.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van voormelde hoorzitting op 4 augustus 2026 en beslist hiervoor niemand af te vaardigen.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het beroep ingesteld bij de deputatie.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen is van oordeel dat de aanvraag de planologisch toets alsook de toetsing aan de goede ruimtelijke ordening niet doorstaat. Bijgevolg blijft het college van burgemeester en schepenen bij zijn standpunt zoals ingenomen bij de aflevering van de weigering op 4 mei 2026.
Artikel 3. Het college van burgemeester en schepenen beslist om een ongunstig advies over te maken aan de deputatie.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026264) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026200) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026236) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_202695) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026110) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
● het advies van de gemeentelijke themaconsulent natuur en groen naleven.
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het beroep ingesteld bij de deputatie.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen is van oordeel dat de aanvraag niet verenigbaar is met de goede ruimtelijke ordening. Bijgevolg blijft het college van burgemeester en schepenen bij zijn standpunt zoals ingenomen bij de aflevering van de weigering op 29 juni 2026.
Artikel 3. Het college van burgemeester en schepenen beslist om een ongunstig advies over te maken aan de deputatie.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026222) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2025626) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
● De volgende stedenbouwkundige voorwaarden:
○ het advies van de gemeentelijke themaconsulent natuur en groen naleven;
○ het advies van de gemeentelijke themaconsulent woonbeleid naleven;
○ het advies van Pidpa naleven;
○ het advies van de Brandweer Malle naleven;
○ het advies van Fluvius System Operator naleven;
○ het advies van Wyre naleven.
● De algemene milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
○ hoofdstukken 4.1, 4.7 en 4.9, Algemene milieuvoorwaarden - algemeen
○ hoofdstuk 4.5 met bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6, Algemene milieuvoorwaarden - geluid
○ hoofdstukken 4.4 en 4.10 met bijlagen 4.4.1, 4.4.2, 4.4.3, 4.4.4, 4.4.5, 4.4.6, 4.4.7.1 en 4.4.7.2., Algemene milieuvoorwaarden - lucht
○ hoofdstuk 4.6., Algemene milieuvoorwaarden - licht
○ hoofdstuk 4.2 met bijlagen 2.3.1, 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4, Algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater
● De sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
○ hoofdstuk 5.16 en hoofdstuk 5.53 van Vlarem II
● De volgende bijzondere milieuvoorwaarden:
○ na het bekomen van de vergunning zal de exploitant de toezichthoudende overheid via handhaving@schilde.be minimum 3 weken voor de aanvang van de werken de geplande startdatum meedelen. Tevens zal deze de coördinaten van de aangestelde boomverzorger meedelen;
○ deze boomverzorger staat in voor het monitoren en bevloeien van de bomen. Bij de bevloeiing dient minimum rekening gehouden te worden met de intensiteit en het type bevloeiing en met het wortelgestel van iedere boom (diep of ondiep wortelend). Het bevloeingwater dient ontijzerd te worden en op omgevingstermperatuur te worden gebracht voor de bevloeiing;
○ het plaatsen van een peilbuis voor de aanvang van de bemaling zodat de initiële grondwaterstand kan opgemeten worden;
○ het plaatsen van een peilbuis in de bouwput, ter hoogte van de diepst geplande uitgravingen. Eventueel kan deze ook gebruikt worden om de initiële grondwaterstand te meten;
○ het plaatsen van een bijkomende peilbuis, bv. aan de rand van de bouwput, van zodra blijkt of geoordeeld wordt dat de centrale peilbuis niet behouden kan blijven gedurende de volledige duur van de bemaling. Er moet een correlatie uitgevoerd zijn tussen de metingen uitgevoerd in de peilbuis aan de rand ten opzichte van de metingen uitgevoerd in de centrale peilbuis en dit vooraleer de centrale peilbuis verwijderd wordt;
○ het regelmatig uitvoeren van de metingen in de voorziene peilbuizen en registratie ervan in een logboek, dat te allen tijde aanwezig is op de werf: dagelijkse metingen bij opstart van de bemaling en overgaand naar een lagere frequentie in functie van het verloop van de bemaling;
○ de exploitant dient te voorzien in een sonde-gestuurde bronbemaling zodat het pompdebiet zich automatisch aanpast op het vooraf ingestelde waterpeil en het aldus ook niet kan overschrijden. Onder geen beding mag de grondwatertafel meer dan 4,0meter onder het maaiveld dalen. De grondwaterstand dient gradueel naar omhoog worden gebracht naarmate de voortgang van de werf;
○ het plaatsen van de nodige debietmeters, conform de vigerende wetgeving minimaal wekelijkse controle van de goede werking ervan en registratie van de debieten in een logboek dat te allen tijde aanwezig is op de werf in het kader van handhaving;
○ de plaatsing en verificatie van de werking en registratie van de debietmeters moet gebeuren door een VLAREL-erkend boorbedrijf. De exploitant bezorgt het ijkingsattest en de debietmeterstanden daags na de opstart van de bronbemaling;
○ een nauw opgevolgde monitoring door de exploitant van het debiet en grondwaterpeil is een vereiste gedurende de bemaling. Dit omvat ondermeer :
■ het bijhouden van een logboek op de werf met grondwaterpeilen en opgepompte debieten ;
■ de correcte opstelling van debietmeter(s);
■ voor de aanvang van de exploitatie voorzien in de plaatsing van één of meerder peilbuizen in en rond de bouwput. De plaatsing dient te gebeuren conform de geldende wettelijke bepalingen / best beschikbare technieken. De exploitant dient ook te voorzien in het nodige materiaal waarmee het grondwaterpeil kan gemonitord worden;
○ de exploitant dient er over te waken dat het geloosde bronbemalingswater altijd voldoet aan de geldende lozingsnormen. Hij zal hiervoor in de week van de opstart op wettelijke wijze een waterstaal van het bemalingswater laten onderzoeken en dit maandelijksherhalen;
○ voor retour/infiltratie van het bemalingswater (bv. via infiltratiebekken of gracht) moet de kwaliteit van het water voldoen aan de milieukwaliteitsnorm voor grondwater, zoals opgenomen in bijlage 2.4.1 in Vlarem II. Indien er geen milieukwaliteitsnorm voor een bepaalde parameter is gedefinieerd, moet voldaan zijn aan de richtwaarde voor grondwater, zoals vermeld in bijlage II van het VLAREBO. Indien noch een milieukwaliteitsnorm, noch een richtwaarde beschikbaar zijn, dient voldaan te worden aan de rapportagegrens compendium WAC;
○ zodra voor één van de parameters de geldende norm overschreden wordt, is retour of infiltratie niet toegelaten;
○ voor lozing van het bemalingswater op oppervlaktewater of in de riolering moet de kwaliteit van het water voldoen aan de milieukwaliteitsnormen (indelingscriterium [IC] gevaarlijke stoffen), zoals vermeld in bijlage 2.3.1 in Vlarem II. Als er geen IC voor een bepaalde parameter is gedefinieerd, dan moet voldaan zijn aan de rapportagegrens, zoals vermeld in bijlage 4.2.5.2 art. 4 van Vlarem II;
○ zodra de normen voor bepaalde parameters overschreden worden, wordt het lozingswater beschouwd als verontreinigd bedrijfsafvalwater en is mogelijks een waterzuiveringsinstallatie vereist. In functie hiervan zijn mogelijk bijkomende rubrieken (3.4 [verhoogde lozingsnormen] en/of 3.6 [waterzuiveringsinstallatie]) ter vergunning aan te vragen;
○ het bronbemalingssysteem dient uitgerust te worden met een vergaarbak met zandvang en indien nodig ook met een systeem voor ontijzering. De vergaarbak moet de mogelijkheid bieden voor het aftappen van water door een dompelpomp of ander systeem. De exploitant dient zelf te voorzien in een dompelpomp of ander systeem en voldoende afvoerslangen om het opgepompte water maximaal op het perceel zelf te infiltreren;
○ de bewoners/eigenaars van percelen die liggen in de invloedssfeer van de bronbemaling, moeten op eenvoudig verzoek en kosteloos ook gebruik kunnen maken van dit systeem. Het aftappunt moet door de exploitant voorzien worden met een opschrift “gratis grondwater” en volgende waarschuwingen:
■ gebruik op eigen risico;
■ dit is niet-drinkbaar water (met symbool);
■ er is geen garantie dat dit water aan de veiligheidsnormen voor bv. dierenwelzijn of voedselveiligheid;
■ kan ijzer bevatten dat wanneer het in contact komt met lucht voor een bruine verkleuring zorgt;
○ de exploitant dient het water dat niet kan infiltreren in de bodem te lozen in een baangracht of oppervlaktewater. Hij dient hiervoor voorafgaandelijk advies en desgevallend ook toelating aan te vragen bij de beheerder van de gracht of waterloop. Dit zijn o.a. de dienst Integraal Waterbeleid van de provincie Antwerpen diw@provincieantwerpen.be en de administratie Wegen en Verkeer;
○ de exploitant wordt erop gewezen dat het bestaande grachtenstelsel door weersomstandigheden of onvoorziene verstoppingen mogelijks niet zal volstaan voor de berging van het opgepompte water. De exploitant waakt er gedurende de ganse exploitatie over dat de infiltratie of lozing geen wateroverlast of schade veroorzaakt bij derden. Hij neemt voor eigen rekening al de nodige wettelijke maatregelen om wateroverlast of schade ten gevolge van de bronbemaling te vermijden;
○ bij eventuele schade aan de oever van de gracht of waterloop dient deze hersteld te worden in oorspronkelijke toestand.
Artikel 4. Aan de omgevingsvergunning wordt overeenkomstig de Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake lasten bij omgevingsvergunningen een financiële last verbonden onder de omschrijving "Onthardingsfondsbijdrage".
De vergunninghouder dient bij de realisatie van een meergezinswoning een financiële stedenbouwkundige last te voldoen van 2.500 euro per woonentiteit, wat voor voorliggende aanvraag resulteert in een totaalbedrag van 52.500,00 euro.
De financiële last dient uiterlijk voor de start der werken te worden voldaan.
Artikel 5. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist om de huidige operationele aanpak verder te zetten.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen beslist om vanaf opname 2026 de technische verslagen en hercontroles door een externe deskundige te laten opstellen en dit volgens de regels overheidsopdrachten.
Artikel 3. De kosten worden aangerekend op het budget van Wonen.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026293) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
● het bestaande bos in het bosvlak integraal te behouden zowel de boomlaag, struiklaag, kruidlaag, moslaag en bodemlaag mogen niet verstoord worden. Het bosfrezen van de bodem is verboden. De aanvrager voorziet op het inplantingsplan geen heraanplanting. Het perceel voldoet mits vervangende en aanvullende heraanplanting met minstens 1 inlandse hoogstammige loofboom van eerste grootte plantmaat 10/12 en 1 inlandse hoogstammige loofboom van tweede grootte plantmaat 8/10 aan het Rup Woonparken;
● de heraanplanting met bomen van eerste grootte moet bij voorkeur met een onderlinge plantafstand van minstens 8m. De heraanplanting mag niet uitgevoerd worden onder de kruinen van bestaande bomen. Voor de bomen van tweede grootte bij voorkeur een onderlinge plantafstand van 5m hanteren;
● de heraanplantingen moeten op minstens 2m plantafstand van de perceelsgrenzen uitgevoerd worden en moeten regelmatig verspreid worden over het gehele perceel;
● de aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt onder meer in: een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwaliteitsvol plantgoed, het gebruik van een steunpaal of wortelkluitverankering en indien nodig het aanbrengen van bescherming tegen wild- of veevraat. De nazorg, zoals het tijdig water geven, kan noodzakelijk zijn om de heraanplant de eerste groeiseizoenen te laten overleven;
● bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld of ingeboet. In ieder geval is de aanvrager ertoe gehouden om op zijn perceel de nieuwe heraangeplante bomen tot volle wasdom te brengen. Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart – 1 juli, namelijk het broedseizoen van vogels, moet de aanvrager er zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten (artikel 14 van het soortenbesluit) beschadigd, weggenomen of vernield worden.
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026278) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026288) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
● het bestaande bos in het bosvlak integraal te behouden zowel de boomlaag, struiklaag, kruidlaag, moslaag en bodemlaag mogen niet verstoord worden. Het bosfrezen van de bodem is verboden. De aanvrager voorziet op het inplantingsplan geen heraanplanting. Het perceel voldoet mits heraanplanting met minstens 1 inlandse hoogstammige loofboom van eerste grootte plantmaat 10/12 aan Rup Woonparken. Een aanvullende heraanplanting is niet nodig.
● de heraanplanting met bomen van eerste grootte moet bij voorkeur met een onderlinge plantafstand van minstens 8m. De heraanplanting mag niet uitgevoerd worden onder de kruinen van bestaande bomen. Voor de bomen van tweede grootte bij voorkeur een onderlinge plantafstand van 5m hanteren;
● de heraanplantingen moeten op minstens 2m plantafstand van de perceelsgrenzen uitgevoerd worden en moeten regelmatig verspreid worden over het gehele perceel;
● de aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt onder meer in: een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwaliteitsvol plantgoed, het gebruik van een steunpaal of wortelkluitverankering en indien nodig het aanbrengen van bescherming tegen wild- of veevraat. De nazorg, zoals het tijdig water geven, kan noodzakelijk zijn om de heraanplant de eerste groeiseizoenen te laten overleven;
● bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld of ingeboet. In ieder geval is de aanvrager ertoe gehouden om op zijn perceel de nieuwe heraangeplante bomen tot volle wasdom te brengen. Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart – 1 juli, namelijk het broedseizoen van vogels, moet de aanvrager er zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten (artikel 14 van het soortenbesluit) beschadigd, weggenomen of vernield worden.
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026266) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
● het bestaande bos in het bosvlak integraal te behouden zowel de boomlaag, struiklaag, kruidlaag, moslaag en bodemlaag mogen niet verstoord worden. Het bosfrezen van de bodem is verboden;
● indien er geen bestaand bos is moet het bosvlak aangelegd worden met een bosinrichting De aanvrager voorziet op het inplantingsplan geen heraanplanting. Het perceel voldoet mits vervangende heraanplanting met minstens 8 inlandse hoogstammige loofbomen van eerste grootte plantmaat 10/12 en 6 inlandse hoogstammige loofbomen van tweede grootte plantmaat 8/10 aan het bosvlak van het Rup Woonparken;
● de heraanplanting met bomen van eerste grootte moet bij voorkeur met een onderlinge plantafstand van minstens 8m. De heraanplanting mag niet uitgevoerd worden onder de kruinen van bestaande bomen. Voor de bomen van tweede grootte bij voorkeur een onderlinge plantafstand van 5m hanteren;
● de heraanplantingen moeten op minstens 2m plantafstand van de perceelsgrenzen uitgevoerd worden en moeten regelmatig verspreid worden over het gehele perceel;
● de aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt onder meer in: een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwaliteitsvol plantgoed, het gebruik van een steunpaal of wortelkluitverankering en indien nodig het aanbrengen van bescherming tegen wild- of veevraat. De nazorg, zoals het tijdig water geven, kan noodzakelijk zijn om de heraanplant de eerste groeiseizoenen te laten overleven;
● bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld of ingeboet. In ieder geval is de aanvrager ertoe gehouden om op zijn perceel de nieuwe heraangeplante bomen tot volle wasdom te brengen. Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart – 1 juli, namelijk het broedseizoen van vogels, moet de aanvrager er zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten (artikel 14 van het soortenbesluit) beschadigd, weggenomen of vernield worden;
● het principe van vermijdbare schade aan bestaande bomen moet toegepast worden door vanaf de start van de uitvoeringswerken boombeschermende maatregelen te nemen zoals onder meer het plaatsen van een hekwerk rond de wortelzone, het leggen van rijplaten, stambescherming enzovoort om de bestaande bomen te beschermen;
● indien nodig mag een normale snoei, volgens de regels van de kunst, uitgevoerd worden vermits het niet vergunningsplichtig is;
● een abnormale, te drastisch uitgevoerde snoei of kandelabersnoei is verboden en kan worden strafrechterlijk vervolgd door oa pv opmaak, herstelvordering, boete en schadeberekening. Dit conform Artikel 2 en 4 van het Ministerieel besluit van 6 april 1994 over de bouwverordening betreffende het vellen van hoogstammige bomen;
● laat de bomen enkel snoeien of verzorgen door een certified European Tree Worker. Als de ETW-er onverzorgbare problemen vaststelt dien dan een nieuwe omgevingsvergunningsaanvraag in en voeg het verslag van het boomonderzoek toe;
● via volgende link zijn enkele belangrijke snoeiregels en een lijst met ETW -ers terug te vinden: ETW – European Tree Worker | Bomen Beter Beheren;
● een waarborgfactuur te betalen van (14x150) 2100 euro ter garantie uitvoering heraanplantingswerken zoals eerder omschreven en voor het behoud in een goede gezondheid van alle te behouden bomen, behoud of herstel van het bosvlak conform het Rup Woonparken.
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026281) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026296) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
● het bestaande bos in het bosvlak integraal te behouden zowel de boomlaag, struiklaag, kruidlaag, moslaag en bodemlaag mogen niet verstoord worden. Het bosfrezen van de bodem is verboden. De aanvrager voorziet op het inplantingsplan geen heraanplanting. Het perceel voldoet mits heraanplanting met minstens 1 inlandse hoogstammige loofboom van eerste grootte plantmaat 10/12 aan Rup Woonparken. Een aanvullende heraanplanting is niet nodig;
● de heraanplanting met bomen van eerste grootte moet bij voorkeur met een onderlinge plantafstand van minstens 8m. De heraanplanting mag niet uitgevoerd worden onder de kruinen van bestaande bomen. Voor de bomen van tweede grootte bij voorkeur een onderlinge plantafstand van 5m hanteren;
● de heraanplantingen moeten op minstens 2m plantafstand van de perceelsgrenzen uitgevoerd worden en moeten regelmatig verspreid worden over het gehele perceel;
● de aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt onder meer in: een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwaliteitsvol plantgoed, het gebruik van een steunpaal of wortelkluitverankering en indien nodig het aanbrengen van bescherming tegen wild- of veevraat. De nazorg, zoals het tijdig water geven, kan noodzakelijk zijn om de heraanplant de eerste groeiseizoenen te laten overleven;
● bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld of ingeboet. In ieder geval is de aanvrager ertoe gehouden om op zijn perceel de nieuwe heraangeplante bomen tot volle wasdom te brengen. Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart – 1 juli, namelijk het broedseizoen van vogels, moet de aanvrager er zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten (artikel 14 van het soortenbesluit) beschadigd, weggenomen of vernield worden.
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen geeft toestemming tot vrijgave van bankwaarborg van de omgevingsvergunning 2021/704 voor het volledige bedrag van 3000 euro aan Van Deuren, Schildedreef 95, Schilde.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026297) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026291) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de weigering af aan de aanvrager.
Artikel 3. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026302) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026303) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft de melding OMV 2026/315 onderzocht, rekening houdend met de geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en de
uitvoeringsbesluiten en het stikstofdecreet.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen acteert de melding van 29 juli 2026 van de Bolle Wim - ondernemingsnummer 0884631882 en gelegen aan de Goorstraat 43 in Schilde kadastraal gekend als afdeling II sectie B nr 241M - 585 B - 585 C - 585 D- om het aantal stalplaatsen van dieren terug te brengen tot 107 stuks. Dit met het oog op de definitieve stopzetting van het aantal vergunde dierplaatsen in het kader van het stikstofdecreet.
Artikel 3. Het college van burgemeester en schepenen gaat over tot de actualisatie van de
vergunning en stelt dat vanaf heden de omgevingsvergunning OMV 2022064626 op naam van Wim de Bolle - ondernemingsnummer 0884631882 - zodat deze vanaf
volgende rubrieken omvat.
● 3.4.1.a: het lozen van 0,5 m³/uur, 1 m³/dag en 180 m³/jaar bedrijfsafvalwater zonder gevaarlijke stoffen;
● 3.6.3.1.b: het lozen van bedrijfsafvalwater met een lozingsdebiet van 180 m³/jaar, 1m³/dag en 0,5 m³/uur;
● 6.4.1: de opslag van 320 liter olie op lekbakken (200 liter + 2 x 60 liter);
● 6.5.1: een brandstofverdeelinstallatie met 1 verdeelslang;
● 9.4.3.c.1: stallen met plaatsen voor 107 runderen;
● 15.1.1: het stallen van 16 landbouwvoertuigen en/of aanhangwagens;
● 15.4.2.a: een wasplaats voor het reinigen van maximaal 3 voertuigen per dag;
● 16.3.2.a: koelinstallaties met een totaal vermogen van 47,5 kW + compressor 5 kW+7kW frigo 3 kW en koeltank 4 kW;
● 17.4: de opslag van 80 liter oliën en reinigingsproducten;
● 19.6.2.a: de opslag van 200 m³ hooi en stro;
● 28.2.c.1: de opslag van 875 m³ dierlijke mest, waarvan 350 m³ vaste mest, 25 m³ gier en 500 m³ drijfmest;
● 45.4.e.1: de opslag van 5.000 l of 5,15 ton melk + verkooppunt van dierlijke producten (0,4 ton);
● 53.8.1.b: een grondwaterwinning op een diepte van 30 m en met een debiet van 2m³/dag en 200 m³/jaar en een 2de grondwaterwinning op een diepte van 70 meter en met een debiet van 6 m³/dag en 2.100 m³/jaar.
De vergunning loopt tot 14 april 2034 en is onderworpen aan de geldende algemene en sectorale voorwaarden van VLAREM II.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026305) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie. Het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar (verslag_GOA_2026306) vormt een integraal deel van deze beslissing.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen geeft de voorwaardelijke vergunning af aan de aanvrager.
Artikel 3. De vergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:
Artikel 4. De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen trekt de besluiten van 20 januari 2001 en 19 december 2001 betreffende de voordelen in natura aan scholen in. Hierdoor wordt de ondersteuning in de vorm van onderhoudswerken ter waarde van maximaal 2.500 euro per school beëindigd vanaf 1 september 2026.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen beslist de bestaande regeling inzake de gratis levering van strooizout aan de scholen op het grondgebied van Schilde te behouden, waarbij per schoolvestiging jaarlijks maximaal drie zakken strooizout worden geleverd en er bijkomend strooizout door de scholen zelf kan opgehaald worden indien nodig en zolang de voorraad strekt.
Artikel 3. Het college van burgemeester en schepenen beslist geen onderhoudssubsidie of andere financiële compensatie toe te kennen aan de scholen ter vervanging van de stopgezette ondersteuning in natura.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen keurt de door Pidpa opgestelde standaardbrief "Vastgestelde aandachtspunten ter hoogte van uw perceel" mits aanpassingen goed.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen machtigt Pidpa om de goedgekeurde standaardbrief namens de gemeente Schilde te gebruiken, deze per dossier aan te vullen met de concrete vaststellingen en de betrokken bewoners aan te schrijven.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het verslag van de stuurgroep digibank van 18 juni 2026.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen keurt het projectplan coördinatie digibanken KINA goed en geeft de toestemming aan de algemeen directeur en
burgemeester om dit te ondertekenen.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen geeft toelating aan Amnesty International Schilde om een foto te nemen van een poster 'Verboden voor vrouwen en meisjes' te hangen aan de bibliotheek, de Witte Kerk en De Wip en de poster onmiddellijk te verwijderen.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist de toekenning van een nominatieve subsidie van 1.446 euro aan Stop Longkanker UZA Foundation ter goedkeuring te agenderen op de gemeenteraad van 18 augustus 2026.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen stelt na technische en administratieve controle het subsidiebedrag voor voetbalclub KSK ’s-Gravenwezel-Schilde voor het uitgevoerde groot onderhoud van de natuurgrasvoetbalvelden op Rozenhoek en Molenakker in 2026 op basis van het subsidiereglement ‘regeneratie natuurgrassportterreinen’ vast op 19.452,80 euro en gaat akkoord met de uitbetaling hiervan.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de aanvraag van Jef Peeters, namens Freedom of Culture & Music VZW, om Antwerp Card Fest te organiseren in Werf 44 op zondag 20 december 2026.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen verleent toestemming aan Jef Peeters, namens Freedom of Culture & Music VZW, om Antwerp Card Fest te organiseren in Werf 44 op zondag 20 december 2026 onder voorbehoud van de naleving van alle toepasselijke wetgeving, politiereglementen, veiligheidsvoorschriften en gemeentelijke reglementen.
Artikel 3. Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord dat, voor zover voldaan wordt aan de voorwaarden van het toepasselijke retributiereglement, de organisator gebruik kan maken van de voorwaarden die binnen categorie C van toepassing zijn op de personeelsleden.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating aan Sint Job Leeft vzw voor de organisatie van een sportwedstijd Ballekesrun en het plaatsen van bewegwijzering mits rekening te houden met volgende voorwaarden:
● het aangevraagde parcours moet gevolgd worden;
● het parcours dient uitsluitend de openbare weg te volgen;
● de bewegwijzering mag niet aan bomen vastgenageld worden;
● de bewegwijzering mag de bestaande reguliere wegwijzers niet bedekken of onzichtbaar maken voor het verkeer;
● de bewegwijzering mag ten vroegste 1 dag voor de aanvang van het evenement opgehangen worden;
● de bewegwijzering moet onmiddellijk na het evenement verwijderd worden;
● aan de deelnemers moet een kaart met de route bezorgd worden, waarop ook aangegeven wordt dat ze het verkeersreglement dienen te respecteren;
● indien de bewegwijzering ook op het grondgebied van andere gemeenten wordt opgehangen, moet aan de desbetreffende gemeentebesturen ook toelating gevraagd worden om de pijlen op te hangen;
● er wordt aangeraden om de hinder in kaart te bekijken voor aanvang van het evenement;
● voorwaarden van Agentschap voor Natuur en Bos na te leven;
● geen afval achter te laten;
● indien de route op private eigendommen loopt dient ook toestemming gevraagd te worden aan de betreffende eigenaars;
● indien de toertocht door openbaar bos loopt dient ook toestemming gevraagd te worden bij ANB - Antwerpen, Aanspreekpunt Recreatief Medegebruik, Anna Bijnsgebouw, Lange Kievitstraat 111/113 bus 63, 2018 Antwerpen, tel. 03 224 62 62, e-mail: recreatie.ant.anb@vlaanderen.be.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating aan De Jong Thomas voor de organisatie van een straatfeest in de Ruiterslaan op zaterdag 5 september 2026 op voorwaarde dat:
● er een vrije doorgang van 4 meter breed wordt voorzien, zodat de hulpdiensten elke woning kunnen bereiken indien nodig;
● voetgangers en fietsers nog doorgang hebben.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen beslist het nodige evenementenmateriaal toe te kennen voor zover dit beschikbaar is.
Artikel 3. Het college van burgemeester en schepenen kent de subsidiecheque toe aan De Jong Thomas indien de bewijsstukken binnen twee maanden na het straatfeest zijn binnengebracht bij het evenementenloket en er voldoende budget beschikbaar is.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating aan Kurpershoek Saskia voor de organisatie van een straatfeest in de Schaliënhoefdreef op zaterdag 5 september 2026 op voorwaarde dat:
● er een vrije doorgang van 4 meter breed wordt voorzien, zodat de hulpdiensten elke woning kunnen bereiken indien nodig;
● voetgangers en fietsers nog doorgang hebben.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen beslist het nodige evenementenmateriaal toe te kennen voor zover dit beschikbaar is.
Artikel 3. Het college van burgemeester en schepenen kent de subsidiecheque toe aan Kurpershoek Saskia indien de facturen maximaal twee maand na het straatfeest worden bezorgd aan het evenementenloket.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating aan Van Aerschot Ben voor de organisatie van een straatfeest in de Fazantenlaan op zondag 20 september 2026 op voorwaarde dat:
● er een vrije doorgang van 4 meter breed wordt voorzien, zodat de hulpdiensten elke woning kunnen bereiken indien nodig;
● voetgangers en fietsers nog doorgang hebben.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen beslist het nodige evenementenmateriaal toe te kennen voor zover dit beschikbaar is.
Artikel 3. Het college van burgemeester en schepenen kent de subsidiecheque toe aan Van Aerschot Ben indien de bewijsstukken binnen twee maanden na het straatfeest zijn binnengebracht bij het evenementenloket en er voldoende budget beschikbaar is.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating aan Gevers Katrien voor de organisatie van een straatfeest in de Leeuwerikendreef op zaterdag 26 september 2026 op voorwaarde dat:
● er een vrije doorgang van 4 meter breed wordt voorzien, zodat de hulpdiensten elke woning kunnen bereiken indien nodig;
● voetgangers en fietsers nog doorgang hebben.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen beslist het nodige evenementenmateriaal toe te kennen voor zover dit beschikbaar is.
Artikel 3. Het college van burgemeester en schepenen kent de subsidiecheque toe aan Gevers Katrien indien de bewijsstukken binnen twee maanden na het straatfeest zijn binnengebracht bij het evenementenloket en er voldoende budget beschikbaar is.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist de opvolgingslijst van de gemeenteraad van 15 juni 2026 goed te keuren.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen verzoekt de voorzitter van de gemeenteraad volgende punten op de dagorde van de vergadering van de gemeenteraad van 18 augustus 2026 te plaatsen:
● SECRETARIAAT - Notulen gemeenteraad 15 juni - Besluit
● SECRETARIAAT - Mededelingen vanuit het college van burgemeester en schepenen - Kennisname
● SECRETARIAAT - Ontslag en aanduiding lid bureau gemeenteraad - Kennisname
● FINANCIËLE ZAKEN - Visumverplichtingen - Besluit
● FINANCIËLE ZAKEN - Voorstel minnelijke regeling Proximus - belasting masten & pylonen - AJ2020 tem 2025 - Besluit
● Wonen - Bindend sociaal objectief - Samenwerkingsovereenkomst met woonmaatschappij - Visie sociaal en betaalbaar wonen - Actieprogramma 2026 - Besluit
● Ruimte - Omgeving - Haksellaan 2 - het regulariseren van een woning met overdekt terras - zaak van de wegen - OMG 2026/64 - Besluit
● Ruimte - Omgeving – zaak van de wegen - het verkavelen in 3 loten - Goudbloemlaan 25 - OVK 2026/2 - Besluit
● Patrimonium - Aankoopakte - Zilverreiger 54 - 2024_10 - Besluit
● Patrimonium - Aankoopakte - Friedadreef 82 en 82+ - 2023/04 - Besluit
● Patrimonium - Kosteloze grondafstand in kader van faillissement Investeringsgroep voor Verkavelingen en Woningbouw NV - Besluit
● VRIJETIJD EN WEZIJNSZAKEN - Schil Urban Trail 2026 – evaluatie - Besluit
● Bibliotheek - Overeenkomst e-boeken bibliotheek - Besluit
● Erfgoed en museum - Schenking houtskooltekening Albert Van Dyck - Besluit
● Onderwijs - mandaat OVSG verlenging SG - Besluit
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen verzoekt om voor volgende punten op de dagorde van de vergadering van de gemeenteraad een persbericht op te maken:
Agendapunt | Bevoegde schepen |
Urban trial - schenking | Marian Van Alpen en Valérie Van Genechten |
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen gaat principieel akkoord met de aanpassingen van de fietspolicy naar aanleiding van de instap in het raamcontract Opdrachtencentrale.
Artikel 2. Deze fietspolicy treedt in voege vanaf 1 januari 2026 voor de medewerkers die vanaf dan instappen in de fietslease (bestelvenster tussen 1 oktober en 15 december 2026, levering fiets vanaf 1 januari 2027.
Artikel 3. De fietspolicy die werd opgemaakt voor de medewerkers die ingestapt zijn binnen het raamcontract Igean blijft gelden tot het einde van hun fietsleasecontract:
● 2023 - zij die bestelden tussen 1 oktober en 15 december 2023, levering fiets vanaf 1 januari 2024;
● 2024 - zij die bestelden tussen 1 oktober en 15 december 2024, levering fiets vanaf 1 januari 2025;
● in 2025 - zij die bestelden tussen 1 oktober en 15 december 2025, levering fiets vanaf 1 januari 2026.
Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen gaat principieel akkoord met de aanpassingen van de fietspolicy van de GBS De Wingerd naar aanleiding van de instap in het raamcontract Opdrachtencentrale.
Artikel 2. Deze fietspolicy treedt in voege vanaf 1 januari 2026 voor de medewerkers die vanaf dan instappen in de fietslease binnen het raamcontract Opdrachtencentrale, bestelvenster tussen 1 oktober en 15 december 2026, leverdatum fiets vanaf 1 januari 2027.
Artikel 3. Voor de medewerkers die zijn ingestapt in de fietslease binnen het raamcontract Igean, bestelvenster tussen 1 oktober en 15 december 2025, leverdatum vanaf 1 januari 2026 blijft de fietspolicy gelden die daartoe is opgemaakt en dit tot het einde van hun fietsleasecontract.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.