Marian Van Alphen Micheline Duysens Pascale Gielen Stefan Van den Heuvel Hendrik Bellens Valerie Michel Dirk Bauwens Olivier Verhulst Franky Cools Els Heip Laurenz Van Ginneken Yolande Avontroodt Valérie Van Genechten Pieter-Jan Fraussen Kathleen Krekels Hans Hanssen Kristof Droessaert Frederik Goemaere Rita Tutelaars Annemie Laforce-Vergote Tine Vervisch Marijke Dillen Tara Godts Marleen Struyf Marian Van Alphen Micheline Duysens Pascale Gielen Stefan Van den Heuvel Hendrik Bellens Valerie Michel Dirk Bauwens Olivier Verhulst Franky Cools Els Heip Laurenz Van Ginneken Yolande Avontroodt Valérie Van Genechten Pieter-Jan Fraussen Kathleen Krekels Hans Hanssen Kristof Droessaert Frederik Goemaere Rita Tutelaars Annemie Laforce-Vergote Marijke Dillen Tara Godts Marleen Struyf Stefan Van den Heuvel Valérie Van Genechten Pascale Gielen Olivier Verhulst Marian Van Alphen Franky Cools Kathleen Krekels Hendrik Bellens Tara Godts Valerie Michel Micheline Duysens Rita Tutelaars Laurenz Van Ginneken Annemie Laforce-Vergote Dirk Bauwens Frederik Goemaere Yolande Avontroodt Kristof Droessaert Pieter-Jan Fraussen Marijke Dillen Marleen Struyf Hans Hanssen Els Heip aantal voorstanders: 18 , aantal onthouders: 5 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Voorgeschiedenis
● 15 juni 2020 - de gemeenteraad keurt de beleidsnota dorpskernen goed.
● 21 februari 2022 - de gemeenteraad keurt de aangepaste beleidsnota dorpskernen goed.
● 27 juni 2022 - het college van burgemeester en schepenen beslist om de beleidsnota dorpskernen tegen einde 2023 om te zetten naar een stedenbouwkundige basis-verordening.
● 23 januari 2023 - het college van burgemeester en schepenen keurt de startnota verordening bouwcode dorpskernen goed.
● 6 februari 2023 - de startnota "bouwcode dorpskernen" wordt besproken in de raadscommissie.
● 11 september 2023 - het college van burgemeester en schepenen beslist om prioritair werk te laten maken van de goedkeuring van een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake lasten. Voor de opmaak van de verordening zal gebruik gemaakt worden van het modelreglement en besluit dat door de Vlaamse overheid ter beschikking is gesteld.
● 9 oktober 2023 - het college van burgemeester en schepenen beslist om de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake lasten principieel goed te keuren.
Feiten en context
● Op 23 mei 2023 keurde het Vlaams Parlement het instrumentendecreet goed. Dit heeft onder andere gevolgen voor gemeenten die een financiële last opleggen bij een omgevingsvergunning. Vanaf 1 januari 2024 dienen deze gemeenten namelijk te beschikken over een financiële verordening om nog rechtsgeldig een financiële last op te leggen.
● Lokaal bestuur Schilde legt dergelijke last op bij de bouw van meergezinswoningen en dit op basis van de beleidsnota dorpskernen.
Juridische gronden
● Artikel 75 § 3,4° van het instrumentendecreet van 26 mei 2023
Financiële lasten kunnen slechts worden opgelegd als dit geregeld wordt in een stedenbouwkundige verordening.
● Artikel 2.3.2. §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO)
De gemeenteraad kan stedenbouwkundige verordeningen vaststellen voor de materie omschreven in artikel 2.3.1, in artikel 4.2.5 en in artikel 4.4.1 § 3, tweede lid, voor het gehele grondgebied van de gemeente of voor een deel waarvan hij de grenzen bepaalt met naleving van de door de Vlaamse Regering en de provincieraad vastgestelde stedenbouwkundige verordeningen.
● Artikel 4.3.1. §2, 2° van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO)
Het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van de aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen in rekening brengen.
Inspraak en advies
● Een openbaar onderzoek van minstens 30 dagen werd gehouden van 11 juli 2024 tot en met 9 augustus 2024. Dit openbaar onderzoek werd bekend gemaakt via:
○ het Belgisch Staatsblad, op 5 juli 2024;
○ een bericht op de website van de gemeente, en;
○ een bericht in lokaal drukwerk, Bode van Schoten, dat minstens in alle brievenbussen van de gemeente wordt verspreid. Als het lokaal drukwerk als publiciteit wordt beschouwd, hoeft het niet te worden verspreid in de brievenbussen waarop een aanduiding is aangebracht dat de bewoners geen publiciteit wensen te ontvangen.
Tijdens dit openbaar onderzoek werden geen standpunten, opmerkingen en bezwaren geformuleerd.
● Op 6 augustus 2024 werd door de GECORO volgend advies uitgebracht: de Gecoro geeft gunstig advies met voorwaarde op de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake lasten:
○ De Gecoro stelt voor om vernieuwbouw met behoud van aantal wooneenheden in de vrijstellingen op te nemen voor deze last.
○ De Gecoro stelt voor om voor artikel 5.1 niet enkel het college bevoegd te maken, maar het te verwoorden als “de bevoegde overheid”.
● Op 2 juli 2024 werd het advies van het departement Omgeving ingewonnen. Er werd geen advies uitgebracht door het departement Omgeving.
● Op 1 augustus 2024 werd door de Deputatie volgend advies uitgebracht: er wordt voorwaardelijk gunstig advies gegeven over voorliggend ontwerp van stedenbouwkundige verordening. Artikel 5 moet aangepast worden zodat elke vergunningverlenende overheid gebruik kan maken van betreffend artikel.
○ Artikel 63 Omgevingsvergunningsdecreet bepaalt dat de deputatie in graad van beroep bevoegd is om, op grond van de zogenaamde ‘devolutieve werking’ van een bestuurlijk beroep, een omgevingsvergunningsaanvraag in haar totaliteit te onderzoeken en beoordelen. Artikel 5 van de ontwerpverordening hypothekeert de uitvoering van deze decretale bepaling.
○ Er kan in bepaalde gevallen ook afzonderlijk tegen een last bij een omgevingsvergunning administratief beroep worden aangetekend. Dit wordt verstoord door het louter benoemen van het college van burgemeester en schepenen in Artikel 5 van de ontwerpverordening.
Argumentatie
● Sommige gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen moeten onderworpen worden aan een plan-m.e.r.-screening; dat stedenbouwkundige verordeningen in bepaalde gevallen geen kader vormen voor de vergunningverlening; dat voorliggende verordening inzake lasten geen randvoorwaarden voor de toekenning van vergunningen omvat; dat deze verordening weliswaar zal toegepast worden bij de afgifte van omgevingsvergunningen, maar geen beoordelings- of toetsingskader vormt bij de vraag of een vergunning al dan niet kan verleend worden; dat er immers een duidelijk juridisch onderscheid in de wetgeving wordt gemaakt tussen enerzijds voorwaarden, die wel dienen om een aanvraag vergunbaar te maken, en anderzijds lasten, die dat oogmerk niet hebben; dat de vraag of een ontwerp voor vergunning in aanmerking komt en bijvoorbeeld voldoende openbaar domein of andere infrastructuur voorziet in de vergunningverlening (en de milieueffectbeoordeling (project-MER, ontheffing of project-m.e.r.-screening) van de vergunningsaanvraag) wordt bekeken en niet in deze verordening wordt vastgelegd; dat de getallen inzake de last in natura een louter mathematische doelstelling van kostenafweging tussen natura en financiële last hebben; dat een plan-m.e.r.screening aldus niet vereist is omdat deze verordening zich louter beperkt tot het onderwerp “lasten”.
● Deze verordening inzake lasten vormt geen kader om te bepalen of een vergunning verleend kan worden, wat de finaliteit is van voorwaarden, maar ertoe strekt om de financiering mogelijk te maken van de bijkomende taken die de overheid door de uitvoering van een vergunning op zich moet nemen; dat deze verordening as such geen significante effecten heeft op beschermde soorten en habitattypes in habitat- en vogelrichtlijngebieden; dat een passende beoordeling aldus niet vereist is omdat deze verordening zich louter beperkt tot het onderwerp “lasten”.
● De redenen waarom bepaalde opties gekozen worden, worden uiteengezet en gemotiveerd in de rechterkolom van de verordening zelf.
● De verdere procedure wordt als volgt geregeld in de VCRO:
“Art. 2.3.2. § 2/1. De deputatie en de Vlaamse Regering beschikken over een termijn van vijfenveertig dagen, die ingaat de dag na de betekening, vermeld in paragraaf 2, achtste lid, om de uitvoering van het besluit van de gemeenteraad tot definitieve vaststelling van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening te schorsen. Een schorsing kan niet gedeeltelijk zijn. De Vlaamse Regering kan binnen de voormelde termijn een definitief vastgestelde gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ook geheel of gedeeltelijk vernietigen. Een afschrift van het schorsings- of vernietigingsbesluit wordt binnen een ordetermijn van tien dagen met een beveiligde zending bezorgd aan het college van burgemeester en schepenen.
Binnen de ordetermijn, vermeld in het eerste lid, bezorgt de Vlaamse Regering een afschrift van het schorsings- of vernietigingsbesluit aan de deputatie. Als de deputatie een schorsingsbesluit neemt, bezorgt ze daarvan binnen de voormelde ordetermijn een afschrift aan het departement.
Het besluit van de gemeenteraad tot definitieve vaststelling van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening kan alleen worden geschorst:
1° als de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening uitvoering geeft aan een optie uit het gemeentelijk beleidsplan ruimte waarbij de Vlaamse Regering of de deputatie voorbehoud heeft gemaakt overeenkomstig artikel 2.1.11, § 2, tweede lid;
2° als de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening uitvoering geeft aan een beleidskader van het gemeentelijk beleidsplan ruimte dat de Vlaamse Regering niet meer geldig heeft verklaard overeenkomstig artikel 2.1.5, § 2, tweede lid, of dat de provincieraad niet meer geldig heeft verklaard overeenkomstig artikel 2.1.8, § 2, tweede lid;
3° als de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening kennelijk onverenigbaar is met een beleidskader of, in voorkomend geval, een ontwerp van beleidskader van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of het provinciaal beleidsplan ruimte;
4° als de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening strijdig is met een gewestelijke of provinciale stedenbouwkundige verordening of, in voorkomend geval, een ontwerp van gewestelijke of provinciale stedenbouwkundige verordening;
5° als de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening strijdig is met artikel 2.3.1 of 4.2.5;
6° als de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening strijdig is met direct werkende normen binnen andere beleidsvelden dan de ruimtelijke ordening; 7° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
De Vlaamse Regering gaat alleen over tot vernietiging als ze van oordeel is dat de onverenigbaarheid, de strijdigheid of de niet-naleving, vermeld in het derde lid, niet kan worden hersteld, weggewerkt of opgelost door het volgen van de procedure, vermeld in paragraaf 2/2.
§ 2/2. In geval van schorsing beschikt de gemeenteraad over een termijn van negentig dagen die ingaat de dag na de verzending van het schorsingsbesluit aan het college van burgemeester en schepenen, om de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening opnieuw definitief vast te stellen. Bij de definitieve vaststelling van de verordening kunnen ten opzichte van de geschorste verordening alleen wijzigingen worden aangebracht die gebaseerd zijn op of voortvloeien uit het schorsingsbesluit.
De gemeentelijke stedenbouwkundige verordening wordt samen met het nieuwe besluit van de gemeenteraad onmiddellijk na de definitieve vaststelling met een beveiligde zending bezorgd aan de deputatie en het departement.
Als de gemeenteraad binnen de voormelde termijn van negentig dagen geen nieuw besluit tot definitieve vaststelling van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening neemt, vervallen het geschorste gemeenteraadsbesluit en het ontwerp van gemeentelijke stedenbouwkundige verordening.
Als het besluit van de gemeenteraad tot definitieve vaststelling van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening niet tijdig is geschorst of vernietigd, wordt de gemeenteraadsbeslissing houdende definitieve vaststelling van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.”
● Naar aanleiding van het advies van de GECORO en de Deputatie wordt artikel artikel 5.1 aangepast om te voldoen aan de decretale bepalen naar "De bevoegde overheid kan een volledige of gedeeltelijke afwijking toestaan op deze verordening, als er bijzondere redenen zijn die een afwijking rechtvaardigen...".
Financiële gevolgen
MJP | MJP 1366 |
Actie | AC 0001 |
Algemene rekening | 214000007 |
Beleidsveld | 600 |
Bedrag Visum financieel directeur | 0,00 euro niet van toepassing |
BESLUIT
Stemming: 18 stemmen voor: Dirk Bauwens, Pascale Gielen, Marian Van Alphen, Kathleen Krekels, Olivier Verhulst, Kristof Droessaert, Valérie Van Genechten, Hendrik Bellens, Annemie Laforce-Vergote, Laurenz Van Ginneken, Micheline Duysens, Tara Godts, Valerie Michel, Yolande Avontroodt, Frederik Goemaere, Stefan Van den Heuvel, Rita Tutelaars en Franky Cools 5 onthoudingen: Marijke Dillen, Hans Hanssen, Pieter-Jan Fraussen, Marleen Struyf en Els Heip |
Artikel 1. De gemeenteraad beslist om de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake lasten definitief vast te stellen.
Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met het verder zetten van de decretaal voorziene goedkeuringsprocedure.
Register der bekendmakingen
Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.
Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie heeft plaatsgevonden.
Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.